skip to Main Content

Broedvogels in de Waterleidingduinen

…komen en gaan….

Vrijwilligers tellen al meer dan dertig jaar broedvogels in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Daardoor weten we nu hoe de vogelstand in de loop der jaren is veranderd. Soms weten we hoe dat komt, en soms is het gissen naar de oorzaken. Maar dát er veel is veranderd staat vast…..

Hoe tel je broedvogels?

Amsterdamse Waterleidingduinen
Amsterdamse Waterleidingduinen, Ronald van Wijk

Als je broedvogels telt moet je vooral goed zijn in geluiden herkennen, en precies noteren wat je waar hoort. Vogels zingen in het voorjaar om hun territorium af te bakenen. Al lopend door het veld noteer je (tegenwoordig op tablet of smartphone) al deze zingende vogels met soortnaam. Als op min of meer dezelfde plek twee of drie weken later weer een fitis zit te zingen, kun je aannemen dat dit dezelfde is en dat deze fitis hier zijn territorium heeft. Na meerdere inventarisatierondes bepaalt tegenwoordig de computer (met allerlei BMP-regels) hoeveel fitissen, grasmussen, wilde eenden en nachtegalen er in ‘jouw’ plotje een territorium hadden dat jaar, terwijl dat vroeger handmatig gebeurde. Het voordeel daarvan is dat overal in het land het interpreteren en het vaststellen van territoria op uniforme wijze gebeurt en dat daardoor de resultaten nog beter te vergelijken zijn.

Welke soorten?

Van 1985 tot 2015 zijn in de AWD in totaal 121 verschillende soorten territoriale vogels vastgesteld. Dat is best veel, want het recente aantal broedvogelsoorten in Nederland is 220 (zie kader: atlas). De afgelopen 30 jaar zijn in de AWD 12 soorten verdwenen: patrijs, torenvalk, boomvalk, wulp, ransuil, zwarte specht, zomertortel, veldleeuwerik, tapuit, paapje, kauw en kleine barmsijs. Deze vogels zijn rond 1990 al als broedvogel verdwenen. Sperwer leek verdwenen, maar komt in recente jaren weer tot broeden. Er zijn ook zeven nieuwe broedvogels bijgekomen: aalscholver (vanaf 1993, nu een hele kolonie van ca. 500 paren), buizerd (tot 20 paren), havik (tot 13 paren), roerdomp (zo’n 3 paren), wespendief (1 a 2 paren), blauwborst, goudvink en appelvink.

Ontwikkelingen en oorzaken

Het jarenlange veldwerk maakt het mogelijk voor 90 soorten een trend te berekenen. Sommige soorten nemen toe, andere juist af. Veranderingen bij broedvogels hebben vaak complexe, uiteenlopende achtergronden, die zich niet zo maar laten samenvatten – áls we alle oorzaken al zouden weten.

Rond de wateren in de AWD bleven rietvogels min of meer stabiel; watervogels namen overwegend af en de aalscholver heeft zich gevestigd.

Bosvogels – waaronder vink en grote bonte specht – kwamen in deze periode als winnaar uit de bus. Ook de meeste struikbroeders en roodborsttapuit, grasmus en braamsluiper deden het goed. Door afname van dynamiek en stikstof uit de lucht zijn de Hollandse duinen in de 20e eeuw sterk van karakter veranderd: struweel en bos namen toe en open duin nam in oppervlakte af. Dit verklaart een deel van de toename van veel bos- en diverse struweelbroeders en de afname van kritische soorten van het open duin. De achteruitgang van de tapuit, een typerende soort voor duingraslanden, staat model voor veel van de hierboven opgesomde problemen. Overigens lijkt de vergrassing sinds 2006 gestopt en neemt het oppervlak stuivend zand in de AWD weer toe, maar vogelsoorten van het open duin keren (nog) niet terug: een interessant onderzoeksthema.

Voor veruit de meeste soorten in de AWD geldt dat de trends nauwelijks afwijken van het beeld elders in de vastelandsduinen. Voor de soorten van de Rode Lijst zoals wulp en zomertortel geldt dit ook in vergelijking met het landelijke, of zelfs internationale beeld.

Begrazing

Vanuit natuurbeheeroogpunt is in de AWD sinds 1985 vee ingezet om vergrassing terug te dringen. Recent landelijk duinonderzoek toonde een licht negatief of wisselend effect aan op broedvogels. Van grote invloed is de begrazingsvorm: jaarrond of seizoen, met welk type grazer en in welke dichtheid. Specifiek voor de AWD zijn ook de damherten. In 1990 kwamen er slechts weinig voor, in 2015 was de populatie gegroeid tot 3000 dieren. Overbegrazing door damherten leidt tot een sterke afname van kruiden en struwelen in het hele gebied. Dit lijkt zijn weerslag te hebben op de nachtegaal, zo toont ander onderzoek aan. Recent neemt de soort in de AWD af. Elders in de duinstreek waar geen damherten voorkomen is de recente nachtegalentrend stabiel en is de nachtegaal algemeen (zie kader). Sinds 2016 beheert Waternet de damhertenpopulatie . De inzet is om in 2021 de stand terug te brengen naar ongeveer 800 dieren. Vanwege de overbegrazing door damherten heeft Waternet de veebegrazing vanaf 2015 voorlopig geheel stopgezet.

Predatie

Predatie is het roven van volwassen vogels, eieren en/of jongen door roofdieren. In de kleine restpopulaties van tapuiten speelt predatie door vossen een rol: ieder geroofd nest heeft hier meteen een groot effect. Ook de opkomst van de toppredatoren onder de vogels heeft een groot effect gehad: grote soorten als havik, buizerd en bosuil verschenen, terwijl de kleinere sperwer, boomvalk, torenvalk en ransuil (nagenoeg) verdwenen. Ook het (vrijwel) verdwijnen van zwarte specht, kauw en groene specht uit de AWD schrijven we grotendeels toe aan de opkomst van de havik.

Toekomst?

Helaas zijn de aan open duin gebonden broedvogels (nog) niet teruggekeerd naar het landschap dat ogenschijnlijk is teruggebracht in de staat waarin het verkeerde toen de populaties het nog goed deden. De oorzaken liggen dan ook breder. Zo heeft stikstof uit de lucht niet alleen direct effect op flora en vegetatie, maar waarschijnlijk ook op fauna. Terugdringen van stikstofneerslag is dan ook nodig en zal een kwaliteitsimpuls voor de duinnatuur betekenen.

Hoe de vogelstand in de toekomst weer gaat veranderen weten we alleen als vrijwilligers blíjven inventariseren. Lijkt het u leuk? Informeer dan bij uw lokale vogelwerkgroep.

KADER
Vogelatlas 2018

Van 2013-2015 hebben vogelaars alle kilometerhokken van heel Nederland onderzocht op zowel broedvogels als overwinteraars. Dit heeft geleid tot een prachtige Vogelatlas waar je alle ontwikkelingen per vogelsoort sinds de jaren 70 in kunt opzoeken. Met beschrijvingen van ecologie en verspreidingskaarten. Lees bijvoorbeeld alles over de achteruitgang van de tapuit en de ontwikkelingen van de nachtegaal op: https://www.vogelatlas.nl/

Artikel uit Duin magazine, tekst: Antje Ehrenburg

Antje Ehrenburg is redacteur van DUIN en medeauteur van het artikel: Spek, V. van der, L. Schaap & A. Ehrenburg 2018. Dertig jaar broedvogelmonitoring in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Limosa 91 (2018): 108-122

Back To Top
0
    0
    Winkelmand
    Winkelmand is leegVerder winkelen