Orchideeën in de duinen

Orchideeën in de duinen

Groengele bloemen van bloeiende groenknolorchis (Liparis loeselii) in primaire duinvallei op het Kennemerstrand bij IJmuiden door Ronald van Wijk
Groengele bloemen van bloeiende groenknolorchis (Liparis loeselii) door Ronald van Wijk

Een bijzondere groep planten langs de kust in beeld

Wist u dat ons land ruim 40 soorten wilde orchideeën telt en een groot deel ook in de duinen groeit? Van medio april tot eind augustus zijn ze in hun volle glorie te bewonderen. In vele soorten en maten. De hoogste tijd voor een nadere kennismaking met deze natuurlijke schoonheid.

Zuidelijk temperament

Het gaat gelukkig goed met de wilde orchidee in de duinen. Door de klimaatverandering zoeken zelfs mediterrane soorten ons land op. Het fijne zaad wordt door de hoge luchtstromen vanuit het zuiden meegevoerd. Zo hebben zich al drie nieuwe soorten in de duinen gevestigd. Een daarvan is de uiterst zeldzame hyacintorchis (orchis is een soortnaam) die vorig jaar voor het eerst in de buurt van Noordwijk is gespot. Zo’n stukje zuidelijk temperament in de duinen voelt bijna on-Nederlands.

Hondskruid met Paarse Bloemen door Ronald van Wijk
Hondskruid
door Ronald van Wijk

Meer soorten door beter beheer

De meeste orchideeën houden van vochtige, kalkrijke grond. In veel duinvalleien is de drinkwaterwinning de afgelopen decennia teruggebracht en de grondwaterstand gestegen. Het beheer is daarop aangepast. Soorten die waren verdwenen komen daardoor terug. De bijenorchis en de bokkenorchis  zijn bezig met een opmars. Ook de groenknolorchis– een Europese habitatsoort – weer op meerdere plaatsen te zien. Deze orchidee komt in alle regio’s langs de kust voor met de hoogste aantallen op Texel, het Kennemerstrand bij IJmuiden en de Veermansplaat in de Grevelingen. Alleen al het voorkomen van deze soort is een reden om deze gebieden de streng beschermde status van Natura 2000-gebied te geven.

Lokaal massaal

De duinen langs de Nederlandse kust herbergen nog veel meer zeldzame soorten, die lokaal massaal kunnen voorkomen, zoals de dennenorchis bij Schoorl en op Terschelling. De herfstschroeforchis groeit graag op vochtige en vrij voedselarme grond en zie je vrijwel alleen op het onbewoonde eiland Hompelvoet in de Grevelingen en in de Westduinen op Goeree. Daar groeit ook de harlekijn die zich ook in grote getalen bij Schouwen bij de Zoeten- en Zouten Haard, Westhoofdvallei op Goeree en in het Waddengebied laat zien.
De duinen van Noord-Holland zijn de enige groeiplaatsen van de uiterst zeldzame vogelnestorchis en de honingorchis. Wijk aan Zee herbergt de grootste populatie hondskruid van ons land, een soort die alleen voorkomt in de omgeving van zeedorpen.

Herfstschroeforchis door Ronald van Wijk
Herfstschroeforchis door Ronald van Wijk

Niet voor in de tuin

Wilde orchideeën zijn erg kieskeurig als het op voeding aankomt. Ze hebben bodemschimmels nodig om te groeien. Als een zaadje op een geschikte plek is geland, groeit de schimmel in het zaadje. Het zaadje haalt zijn bouwstoffen uit de schimmel, zodat het kiemplantje kan uitgroeien. Dit proces duurt soms jaren. Bij een aantal aanverwante soorten ontstaan door kruising ook steeds weer nieuwe hybriden. Deze kunnen ook weer terug kruisen met de oudersoorten, hierdoor zijn ze vaak moeilijk op naam te brengen.
Om te voorkomen dat de orchidee wordt geplukt of gerooid voor de handel en eigen tuin wordt de exacte vindplaats van zeldzame soorten vaak niet openbaar gemaakt. Zo kunnen we hopelijk nog generaties lang genieten van deze bijzondere plantengroep.

Leer ze (her)kennen

Meer weten? Download dan hier de speciale zoekkaart van Floron. Zo leert u de orchideeën herkennen. En misschien ontdekt u tijdens een wandeling wel een onbekende soort? Geef dit dan door op waarneming.nl

Stinzenplanten, kleurrijke pareltjes in het strandwallengebied

Stinzenplanten, kleurrijke pareltjes in het strandwallengebied

Bostulp door Nico van Kappel
Bostulp door Nico van Kappel

Strandwallen lopen parallel aan de kust van Bergen aan Zee (NH) tot Monster (ZH). Het zijn langgerekte, door de zee opgeworpen en aangespoelde zandruggen in het landschap duizenden jaren geleden ontstaan na de laatste ijstijd. Strandwallen worden ook wel de ‘oude duinen’ genoemd, omdat op die zandruggen duintjes ontstonden zo gauw ze boven het hoogste zeeniveau uitkwamen. Ook deze ‘oude duinen’ vallen onder het werkterrein van Stichting Duinbehoud. Wie zich in deze tijd van het jaar in dit oude gebied begeeft kan er bijna niet omheen, de stinzenplanten. Al vroeg in het voorjaar leggen ze her en der een vrolijke kleurige deken over het landschap, meestal op (voormalige) buitenplaatsen waar ze ooit door de eigenaren zijn aangeplant.

Wat zijn stinzenplanten precies en waarom zijn ze juist te vinden in het strandwallengebied?

Boshyacinten langs zuidoostelijke rand van Zuidwijk door Wim ter Keurs
Boshyacinten langs zuidoostelijke rand van Zuidwijk door Wim ter Keurs

Een plant van aanzien
Voor de herkomst moeten we eerst een stukje terug in de tijd. Het woord stins (meervoud stinsen of stinzen) komt uit Friesland en betekent stenen huis. Een stins was een middeleeuwse versterkte woontoren. De veelal rijke bewoners haalden sierplanten, zoals de Bostulp, Gele Anemoon, Boerenkrokus, Boshyacint, het Lenteklokje en Haarlems klokkenspel (een gevulde variëteit van de Steenbreek) uit het Middellandse Zee gebied. De planten werden gezien als een belangrijk onderdeel van de culturele opvoeding, maar ze waren ook bedoeld om mee te pronken.

Het woord ‘stinzenplant’ is voor het eerst gebruikt door de Friese heemkundige Jacob Botke in 1932. Hij werd geïnspireerd door de bevolking van Veenwouden in Friesland. Zij gaven de naam ‘stinzeblomkes’ aan het Haarlems klokkenspel dat rondom de Schierstins groeide. De stinzen hebben in de loop der tijd hun militaire functie verloren en vele zijn opgegaan in grote landhuizen die nu de naam ‘state’ dragen.

De stinzenplanten vlogen uit
De stinzenplanten zijn grofweg onder te verdelen in bol- en knolgewassen, en gewassen met wortelstokken. Dit maakte de planten uitermate geschikt om uit te wisselen. De eigenaar van de stins gaf regelmatig een paar bollen of knollen cadeau aan een bezoeker. Op dezelfde manier belandden de planten ook op andere buitenplaatsen in Nederland, zoals in het strandwallengebied. De kalkrijke bodem in het strandwallengebied bleek een ideale voedingsbodem.

Boerenkrokus door Nico van Kappel
Boerenkrokus door Nico van Kappel

In het begin van de vorige eeuw zijn veel buitenplaatsen met hun bossen op de strandwallen verdwenen om plaats te maken voor bebouwing. Alleen al in Voorschoten hebben 16 buitenplaatsen het niet overleefd. In Wassenaar werd er in de jaren ’20 plaatsgemaakt voor de gele tram, toen nog een vervoermiddel voor de elite en waarmee Wassenaar een forensendorp werd voor de mensen die in Den Haag werkten. Daardoor werd het ook lucratief om buitenplaatsen te verkavelen. Zo zijn de villaparken bij de Buurtweg, Witteburgerweg en De Kievit in Wassenaar ontstaan. Op plaatsen waar niet is gebouwd en waar het beheer op orde is, zijn de stinzenplanten nog volop te zien.

De meeste stinzenplanten gedijen het best bij zonlicht, maar zodra in mei de bladeren aan de bomen komen, is het voor een aantal planten voorbij met de pret. Globaal is de bloeiperiode van half februari tot medio juli.

Bladblazer bedreigt de stinzenplant
Verkeerd beheer vormt in deze tijd de grootste bedreiging voor de stinzenplant. Voorheen werden gazons handmatig opgeharkt. Het zaad werd hierdoor verspreid en de bollen uit elkaar getrokken. Dit kwam de planten ten goede. Sinds de komst van de bladblazer gaat het slechter met de populatie stinzenplanten. Ook het gras te vroeg in het jaar of te kort maaien, is nadelig voor de verspreiding van de planten.

Gelukkig zijn er veel eigenaren en bewoners van buitenplaatsen trots op de stinzenplanten. Erfgoedhoveniers en tuinbazen, verenigd in Het Gilde van Tuinbazen, zorgen voor het juiste beheer en delen hun kennis. Zo zijn op Landgoed Dordwijk bij Dordrecht vele duizenden bollen de grond ingegaan, omdat de eigenaar het belang ervan inziet. De bewoners van Huis Zuydwijk bij Wassenaar zijn trots op de bluebells (de boshyacinten), maar de reeën daar zien ze vooral als lekker hapje.    

Wilde hyacinth door Nico van Kappel
Wilde hyacinth door Nico van Kappel

Op excursie in het strandwallengebied
Wil je de verwilderde voorjaarsbloemen met eigen ogen bewonderen en meer weten over de strandwallen en de venige strandvlakten daartussen? Dat kan. Zodra het weer mag, kun je deelnemen aan één van de gevarieerde excursies georganiseerd door de samenwerkende organisaties IVN regio Leiden, Agrarische Natuurvereniging Santvoorde, Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor ‘s-Gravenhage en omstreken, Stichting Horst en Weide, Staatsbosbeheer en Stichting Duinbehoud. Je hoort dan niet alleen alles over de stinzenplanten, maar ook over andere planten en de dieren en over de bewoningsgeschiedenis van dit gebied.

Houd voor het laatste nieuws over de excursies de informatie op de website en in de nieuwsbrief van Stichting Duinbehoud goed in de gaten. Met dank aan Wim ter Keurs en Hein Krantz, twee bevlogen biologen en als duinconsulenten verbonden aan de Stichting Duinbehoud.

Duinsterretje

Duinsterretje

Duinsterretje door Maarten Langbroek ©

De bladeren zijn van de bomen gevallen, het seizoen voor paddenstoelen is voorbij en de winter komt er aan. Bomen en struiken zijn kaal en in een lange winterslaap gegaan. Zo op het eerste gezicht is de natuur grijs en grauw geworden. Maar niet als je wat beter kijkt en oog hebt voor het kleine groen in de natuur. Op de boomwortels en omgevallen boomstammen in het bos vind je donkergroene mossen. In het open duin ligt er soms een tapijt van heldergroen mos over het duinzand. Bij een vale winterzon en vochtig weer lijken die mossen licht te geven.

Mossen

Mossen zijn bijzondere planten. Eigenlijk zijn het helemaal geen planten. Ze hebben geen wortels, geen vaatbundel waar plantensappen doorheen stromen en geen houtige delen om rechtop te kunnen blijven staan. Mossen zijn alleen maar bladeren. Hele tere, dunne bladeren die vaak maar één laag cellen dik zijn. Mossen zijn niet veeleisend en heel fascinerend: ze kunnen leven van de regen en de wind. Ze hebben geen wortels en kunnen dus geen gebruik maken van de voedingsstoffen in de bodem. Hun voedingsstoffen halen ze uit de lucht en uit de regen die ze opvangen met hun bladeren.

Kussentjesmos

De naamgeving van mossen is beeldend. De naam beschrijft vaak de vorm die ze hebben. We kennen laddermos, dikkopmos, kussentjesmos (heerlijk zacht en te gebruiken als hoofdkussen), purpersteelje, gaffeltandmos, klauwtjesmos en kronkelsteeltje.

Het duinsterretje

Mijn favoriet is het duinsterretje. Dit mos vertoont zich in het open duin in twee gedaantes. Bij droog en warm weer krullen de blaadjes om en is het mos onopvallend aanwezig in het duin. Bij vochtig weer vouwen de blaadjes zich open en lichten ze felgroen op. Zeker in de wintermaanden zijn de lichtgevende groene mossen in het open duin een schitterend gezicht.

Met een mooie winterzon is het zeker de moeite waard om een flinke duinwandeling te maken en op zoek te gaan naar de mossen; goed voor het humeur en de gezondheid.

Auteur: Marc Janssen

Hans Adema en zijn favoriete paddenstoelen aan de kust

Hans Adema en zijn favoriete paddenstoelen aan de kust

Vliegenzwam door M.J. Klaver

Ik ben Hans Adema, bioloog, mycoloog, ik ben sinds mijn zesde jaar geïnteresseerd in paddenstoelen. Misschien wel zelfs eerder, misschien vanaf mijn geboorte; mijn moeder had een herfststukje met vliegenzwammen bij het kraambed staan. Ik ben de derde bioloog uit het gezin, liefde voor de natuur is me met de paplepel ingegoten. Ik heb mijn jeugd doorgebracht in Scheveningen, vandaar mijn grote liefde voor zee, strand en duinen.

Waarom ben je donateur geworden bij de Stichting Duinbehoud?

Duinen door Eric Wisse

Dat ben ik geworden toen de Leidse architect Fons Verheije in een interview in het Leids Dagblad zei dat het tijd werd voor het ontwikkelen van een “Leiden aan Zee”, bij de Wassenaarse Slag. Hij maakte daarbij de opmerking: “Ik snap niet waarom die duinen zo heilig zijn.” Daar schrok ik zo van dat ik dacht, het enige wat ik kan doen om een beetje te helpen is donateur van Stichting Duinbehoud worden.

Hoe ken je Stichting Duinbehoud?

Stichting Duinbehoud is opgericht in mijn studententijd onder andere door Kees Vertegaal, Gerrit van Ommering en Han Runaar. Toen heette de Stichting nog niet Stichting Duinbehoud maar Stichting Berkheide. Daaruit is Stichting Duinbehoud voortgekomen. Dat heb ik vanaf het begin meegemaakt.

Je bent een kenner op het vlak van paddenstoelen. Welke drie paddenstoelen die voorkomen aan de kust zijn voor jou bijzonder, en waarom?

Duinen zijn heel erg bijzonder wat betreft paddenstoelen, met name de paddenstoelen in de zeereep. Er is pas nog een nieuwe veldgids over uitgekomen: Veldgids Paddenstoelen 3: Paddenstoelen van de zeereep door Machiel Noordeloos. Hier staan alle paddenstoelen in die uitsluitend in de zeereep voorkomen. Tot op het strand vind je paddenstoelen, iets wat weinig mensen weten. De eerste keer dat ik paddenstoelen op het strand vond stond ik ook met grote ogen te kijken.

Aardsterren

Foto: de Peperbus, Hans Adema

Mijn favoriete paddenstoelen in de duinen zijn natuurlijk de aardsterren, een grote groep paddenstoelen die mondiaal erg zeldzaam is. Behalve in de Hollandse Duinen. Van de vijfentwintig soorten in Nederland komen er twintig uitsluitend in de duinen voor, of vrijwel uitsluitend. Van de aardsterren vind ik de peperbus het mooiste. Als je er een foto van ziet, dan begrijp je waarom hij zo heet. Het is net een peperbus met allemaal gaatjes erop, waaruit een bruin poeder komt als je erop tikt.

Wasplaten

Verder: wasplaten. Met name het open duin zoals de Coepelduynen zijn heel rijk aan wasplaten. Een soort die enorm achteruit gaat door intensieve landbouw en vermesting. Ze moeten zo min mogelijk voedsel in de bodem hebben anders worden ze weggeconcurreerd. In de duinen staan nog veel soorten. Wasplaten zijn heel herkenbaar als groep, ze zijn heel vettig, als je met je vinger eroverheen wrijft voel je echt een soort kaarsvet.

Foto: papegaaizwam, Hans Adema

Gesteelde stuifballen

De derde groep die leuk is om te vinden (ook omdat ze het hele jaar te vinden zijn) zijn de gesteelde stuifballen. Dit zijn hele kleine paddenstoelen, een steeltje met daarop een bolletje. Als je erop tikt dan komt er uit het gaatje aan de bovenkant de sporen. Er zijn vier soorten in Nederland, tot voor kort waren het er drie. Vrijwel direct nadat dat gepubliceerd was heb ik ook die vierde soort gevonden bij de Bierlap bij Meijendel.

Foto: gesteelde stuifballen, Hans Adema

Rust aan de kust

God behoede dat er nog meer aantastingen aan de duinen gaan komen. We moeten er echt heel heel erg zuinig op zijn. Het zijn mondiaal unieke gebieden. Voor zover ik weet heb je alleen nog maar in Denemarken van dit soort mooie duinen, waar zoveel zeldzame planten en paddenstoelen groeien. Dus geen autowegen, geen uitbreiding van golfbanen en geen extra strandhuisjes meer!

Ontdek de Heggenduizendknoop

Ontdek de Heggenduizendknoop

Heggeduizendknoop door Theo Baas

Fallopia dumetorum

Heggenduizendknoop, met de wetenschappelijke naam Fallopia dumetorum, is het broertje van de als lastig akkeronkruid bekendstaande zwaluwtong. Beiden zijn eenjarige klimmende planten met lang gesteelde, driehoekige, pijlvormige bladeren. Heggenduizendknoop wordt echter veel forser, en de buitenste drie slippen van het bloemdek vertonen een brede witte rand, waardoor de plant doet denken aan de in tuinen ooit zo populaire Chinese bruidssluier.

Bloei

De tot drie meter lange stengels kunnen in de loop van de zomer hele struwelen met fraaie sluiers draperen. Een hele prestatie voor een plant die dat voorjaar uit een enkel zaadje is ontkiemt. De planten bloeien vanaf juli tot in de herfst. De bloemdekslippen omsluiten elk een driehoekig zwart zaadje (nootje) dat aan een klein beukennootje doet denken. De nootjes van heggenduizendknoop zijn 2 ½ – 3 mm groot en glanzend. De nootjes van zwaluwtong zijn aanmerkelijk groter (4-5 mm) en dof.

Heggenduizendknoop in de duinen

In tegenstelling tot de zwaluwtong (die vooral bekend is als akkerplant) is heggenduizendknoop een plant van voedselrijke zomen en (duin)struwelen. Ze heeft een voorkeur voor zonnige, warme plaatsen op droge, matig voedselrijke tot voedselrijke, vaak kalkhoudende en goed doorlatende zand- en leemgrond. Vaak groeit ze in gezelschap van andere lianen als bitterzoet, hop en bosrank.
Heggenduizendknoop is een plant van de gematigde streken in Europa en Azië. In Nederland is ze tamelijk algemeen in de pleistocene streken, het rivierengebied en de kalkrijke Hollandse duinen. Daarbuiten is ze zeldzaam tot zeer zeldzaam

Dit artikel verscheen in onze nieuwsbrief DuinTopics. Wil jij ook op de hoogte blijven van het laatste nieuws rondom de kust? Klik hier en schrijf je in.


Dunea helpt singles van Meijendel. Reddingsoperatie rozenkransje

Dunea helpt singles van Meijendel. Reddingsoperatie rozenkransje

De singles van Meijendel

In duingebied Meijendel is Dunea een project gestart om het zeldzame rozenkransje te redden. Dit bijzondere plantje komt in Nederland nog maar op zes plaatsen voor. Zonder hulp zal het rozenkransje uit het Nationaal Park Hollandse Duinen verdwijnen. Het behoud van biodiversiteit staat hoog op de agenda van Dunea en van Nationaal Park Hollandse Duinen.

De snelle achteruitgang van het rozenkransje wordt mede veroorzaakt door de bijzonderheid dat mannetjes- en vrouwtjesbloemen op gescheiden planten staan. Mannetjes- en vrouwtjesplanten moeten dus bij elkaar in de buurt staan om zich te kunnen voortplanten. Zowel op de mannelijke als vrouwelijke bloeistengels van 5-15 cm hoog staat een groepje van 1-6 bloemhoofdjes. Is een van beide geslachten uitgestorven op een plek, dan sterft de soort daar uiteindelijk uit. Op slechts vier plekken in Nederland komen mannelijke en vrouwelijke rozenkransjes nog samen voor.

De singles van Meijendel

In Meijendel groeien alleen nog mannelijke rozenkransjes. Om hen te behouden heeft Dunea specifieke expertise ingeroepen. Hortus Leiden heeft de Meijendel-mannen vanuit enkele stekken vermeerderd. Deze zijn uit logeren gegaan bij Science4Nature. Deze stichting zet zich in voor behoud van biodiversiteit en is gelieerd aan de Universiteit van Amsterdam. In het kader van het landelijke herstelproject voor soorten van heischrale graslanden heeft Science4Nature populaties van rozenkransje uit Nederland in kweek. Hier zijn de Meijendel-mannen gekruist met vrouwelijke planten van de andere standplaatsen. Vervolgens hebben zij de zaden uit deze kruisingen uitgezaaid in de buurt van de Meijendel-mannetjes.

Historie

Het rozenkransje was tot 1850 een redelijk algemeen voorkomende soort op de zandgronden in Nederland. Daarna ging het, eerst door ontginningen en later door verzuring en versnippering, bergafwaarts. Rond 1930 was het aantal locaties gehalveerd en rond 1970 was nog maar 10% over, en in 2020 groeide het rozenkransje nog maar op zes plaatsen in Nederland. Tot voor kort kon op slechts vier van deze locaties voortplanting plaatsvinden, maar met dit project hopelijk straks weer op vijf plekken. En nu maar hopen dat de Meijendelse zaden ontkiemen en voor nakomelingen gaan zorgen. Zal het gaan lukken?

Rozenkransje, bestoven vrouwelijke plant

Bloembezoek

De bloemhoofdjes van het rozenkransje worden door allerlei insecten bezocht: vliegen, zweefvliegen, vlinders, af en toe een wilde bij en zelfs door mieren. Een goede menging van mannelijke en vrouwelijke planten is een vereiste om zaden te produceren. De bloemhoofdjes zijn klein, maar planten kunnen via korte uitlopers een groter oppervlakte innemen. Het aantal planten en de plantgrootte bepaalt de aantrekkelijkheid voor bloembezoekende insecten. Nemen deze af, dan neemt ook de aantrekkelijkheid af. Dit heeft geresulteerd in een zeer slechte zaadproductie in twee van de vier nog bestaande populaties waar nog wél mannen en vrouwen voorkomen.

Experimenteel onderzoek heeft aangetoond dat extra bestuiving met de hand tot een driemaal zo hoge zaadproductie leidt.

Heischrale graslanden

Het rozenkransje groeit op vrij voedselarme, niet bemeste, basenrijke tot zwak zure oftewel heischrale graslanden, vaak licht betreden of begraasde grond, in koude en koel-gematigde streken in Eurazië. Heischraal grasland is een type grasland dat tussen zure heide en basenrijk grasland in zit. Nu eens staat het rozenkransje in ijl dwergstruweel van kruipwilg of in heidevegetatie, dan weer op vrij open plekken met veel korstmossen. Ook in de duinen komt heischraal grasland voor: op enigszins vochtige plekken waar de bodem licht ontkalkt is, met soorten als mannetjesereprijs, grote tijm, verfbrem, hondsviooltje, veldgentiaan, geel walstro, geelhartje en stijve ogentroost. Op vlakkere terreindelen komt de soort voor buiten bereik van direct grondwater in (oude, niet meer onder water staande) duinvalleien, maar wél met knopbies in de buurt. Meestal groeit rozenkransje in de volle zon. Wanneer de soort op hogere plekken als duinhellingen voorkomt, zijn dit doorgaans de noordhellingen, die niet direct in de zon liggen. In Meijendel staat het rozenkransje op een noordhelling. Lichte konijnenbegrazing is een belangrijke voorwaarde voor het voortbestaan van de groeiplaatsen van dit fraaie plantje. Echter, konijnen hebben de neiging om bloeistengels af te bijten, wat weer te veel van het goede kan zijn.

Dit artikel verscheen in ons kwartaalblad Duin. Wilt u voortaan ook Duin ontvangen, word dan donateur van de Stichting Duinbehoud.  

0
    0
    Winkelmand
    Winkelmand is leegVerder winkelen