Search
Close this search box.

Dol op de duinen: Rob Wolters

Foto door Anahi Iraizoz

In Dol op de Duinen zetten we elke maand een vrijwilliger of betrokkene van Stichting Duinbehoud in de schijnwerpers. Zij vertellen waarom de duinen een speciale plek in hun hart hebben. Deze keer: donateur en beleidsmaker Rob Wolters.

Rob Wolters is donateur en volgt Stichting Duinbehoud al sinds de begintijd. In zijn loopbaan heeft hij veel impact kunnen maken bij de bescherming van kustgebieden, waarbij hij regelmatig samenwerkte met Stichting Duinbehoud. Hij was nauw betrokken bij onder meer het aanwijzen van beschermde natuurgebieden, de coördinatie van het EU-natuurbeleid en de totstandkoming van Natura2000.

Rob Wolters (65) werd geboren in de buurt van Hoorn. Daarna verhuisde het gezin naar Venhuizen. Als kleine jongen fietste hij vaak met zijn hengel door de polder naar het IJsselmeer om te gaan vissen. Ook de andere gezinsleden hielden van de kust en van water. Bij wijze van dagje uit doorkruisten zij regelmatig de provincie om bij het Zwanenwater bij Callantsoog in zee te gaan zwemmen en van de duinen te genieten. “Waarschijnlijk heeft die
combinatie me veel geholpen om een levenslange liefde voor de duinen en de kust te ontwikkelen”, vertelt hij. Later, tijdens zijn studie geografie/planologie in Groningen hoorde hij over Stichting Duinbehoud, dat nog maar kort bestond. “Het trok me heel erg aan wat Duinbehoud deed en ik ben hen daarom gaan volgen.”

Niet verder uitbreiden

Zijn eerste echte baan had Rob bij het ministerie van LNV in Den Haag. Hij was toen nog maar “een broekie”, zo zegt hij zelf, maar kreeg desondanks de verantwoordelijke taak om natuurgebieden aan te helpen wijzen. Die zouden geplaatst worden onder de Natuurbeschermingswet, het meest stringente middel om verdere schadelijke ontwikkelingen tegen te gaan.

“De meeste van de aangewezen duingebieden lagen in Zeeland, zoals De Manteling van Walcheren. Ons werk daar stuitte soms best op heftige weerstand, onder meer omdat toerisme daar voor mensen een belangrijke bron van inkomsten was en er ook nog gejaagd werd. Aan de noord- en zuidzijde van Den Haag/Scheveningen hebben we gebieden aangewezen, waardoor die stad niet verder kon uitbreiden in de duinen. Ook het duingebied tussen Den Haag en Katwijk werd aangewezen. Later werden aan de lijst ook gebieden in Noord-Holland toegevoegd.”

Van uitbreiding naar mooie oplossing

Rob Wolters werd vervolgens gevraagd voor het projectteam om tot een nationaal Natuurbeleidsplan te komen. Daar is de Ecologische Hoofdstructuur uit voortgekomen, wat nu Natuurnetwerk Nederland heet. “Ook daarin hebben wij weer de duinen en de kust als prioriteiten ingebracht. We stelden voor om de duinen op bepaalde plekken te openen, zodat er meer dynamiek zou ontstaan. Dat was vloeken in de kerk destijds voor Rijkswaterstaat. We hebben toch vastgehouden en na verloop van tijd kwam er enige beweging in en mocht er op kleine schaal mee geëxperimenteerd worden.”

“Zo kregen we langzaamaan steeds meer draagvlak om met de natuur mee te gaan werken. Het besef daalde in dat het toelaten van de zee en het meer dynamisch maken van de duinen wel eens een veiligere optie zou kunnen zijn dan een harde defensie tegen de zee. Gaandeweg zag ik dat ook voor anderen dynamisch beheer van een bedreiging in een mooie oplossing begon te veranderen, ook bij Rijkswaterstaat. Ik heb daarvan geleerd dat als je in discussie gaat, je soms gezamenlijk tot nieuwe zienswijzen kunt komen. Maar zoiets kost tijd.”

Internationale aanpak

Rob had op het ministerie intussen een meer internationale rol gekregen op het vlak van de coördinatie van het grensoverschrijdend natuurbeleid. Hij heeft steeds contact gehouden met Albert Salman, destijds directeur van Stichting Duinbehoud. Albert was op dat moment bezig met de oprichting van de internationale kustorganisatie EUCC. Rob was daar ook bij betrokken.

“Nederland heeft samen met Denemarken het meest uitgestrekte duinlandschap van Noordwest-Europa. Daarom wilden we de stap maken om te komen tot EU-beleid om alle kwetsbare kustgebieden in de EU te beschermen. Die waren steeds meer onder druk komen te staan.” Samen met Albert Salman organiseerde hij daarom in 1991 in Scheveningen de eerste European Coastal Conservation Conference, een conferentie die volgens Rob een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de totstandkoming van EU-beleid voor geïntegreerd management van kustgebieden.

Alle ruimte

“Bij het ministerie heb ik een tijdlang de coördinatie van het EU-natuurbeleid op mij genomen. Nederland was destijds EU-voorzitter en ik had de opdracht om de Habitat- richtlijn tot stand te brengen, wat de basis is van Natura 2000. Daarin is het grootste deel van de Nederlandse kust ondergebracht, net als veel andere natuurgebieden.”

“Landen als Spanje en Ierland hadden nog veel natuur, maar die stond wel onder druk. Ze waren eerst geen voorstander van Natura 2000. Toen dachten we nog dat ons land het redelijk goed voor elkaar had en kregen wij alle ruimte. Later is gebleken hoe hard wij ook zelf die Natura 2000 nodig zouden hebben om de natuur in Nederland veilig te stellen.”

“Ik heb steeds op posities mogen zitten, waarin ik ‘deuken in pakjes boter kon slaan’. Je doet dat natuurlijk nooit alleen, altijd met een heleboel anderen. En natuurlijk, wat het rijksbeleid betreft, dragen de bewindslieden uiteindelijk de eindverantwoordelijkheid.”

Onze lifeline

Na zijn tijd op het ministerie is Rob Wolters directeur geweest van een aantal internationale instellingen op het vlak van natuur en duurzaamheid. Op dit moment is hij executive bij de stichting Nature For Health. “Er is niets gezonder dan de kust. Die zijn een bron van gezondheid van de eerste orde. Dat stond recent ook nog in een rapport van WHO. Niet voor niets had je daar vroeger al veel kuuroorden.”

“Denk de Nederlandse duinen en de kust weg en je hebt een veel minder gezonde bevolking in Noord- en Zuid-Holland en Zeeland. Bovendien mis je veel inkomsten door toerisme. De kust en de duinen zijn essentieel voor onze gezondheid, voor de landelijke en regionale economie, voor klimaatbeheersing, voor waterbuffers. Zij zijn onze lifeline.”

Rob woont nu alweer enige tijd in Noord-Brabant. Ook erg mooi, vindt hij. Maar hij mist de zee en de kust wel. Hij is nog altijd als donateur bij Stichting Duinbehoud betrokken. Een van zijn favoriete duingebieden is Meijendel. Hij heeft daar lang bij in de buurt gewoond. “Daar kon ik me helemaal opladen. Het emotioneerde me, als ik daar in het voorjaar liep en de nachtegaal hoorde.” Een kleiner duingebied als het Nettenboetsersveld bij Den Haag waardeert hij ook erg, maar dan vooral vanwege de culturele dimensie. “Daar hebben de vissersvrouwen de netten zitten repareren. Je kunt er de eeuwen doorheen zien.” 

Gerelateerde berichten

We stappen wat ongemakkelijk in de 4-wheel drive van duinconsulent en vogelwachter Marcel Fennis. Het voelt vreemd om het strand op te rijden met een dieselauto, maar het is voor de goede zaak!
De setting: Een tafel op het strand bij de vloedlijn met twee stoelen en een schemerlamp. Schrijfster Elizabeth van den Dries neemt plaats op de ene stoel. Nu maar afwachten wat er gebeurt.
Voor veel vogels breekt het broedseizoen aan, een stressvolle periode. Vogels zijn nu kwetsbaar, strandbroeders  – die hun eieren op onze stranden leggen  – zo mogelijk nog meer.