Het zeeleven in de ondiepe kustzone

Auteur: Marijke Kooijman

Vrijwilligers monitoren aangespoelde schelpen op vast traject, hier bij Katwijk’ door Marijke Kooijman.

Het leven in de zee vlakbij het strand is voor velen onbekend terrein. Is er effect van zandsuppleties op de dieren die daar leven? Laten we eens een kijkje onder water nemen.

Schelpen zijn de meeste mensen wel bekend, zoals nonnetje*, strandschelpen, wulk. Het zijn huisjes van ‘weekdieren’. De meeste zijn kleppen van ‘tweekleppigen’, de andere zijn slakkenhuisjes. Tweekleppigen leven ingegraven in het zand. Hun twee kleppen staan open. Alleen bij gevaar trekt het dier deze met sluitspieren dicht. Beweeglijke ‘slurfjes’ (sifons) waarmee ze voedsel opzuigen, steken boven het zand uit. De harde kleppen beschermen ze tegen rovers, zoals: garnalen, krabben, en zeesterren. Maar ook vissen, vooral jonge (plat)vissen, eten ze graag. Naast de schelpen leven er ook veel wormen in de zeebodem. Samen vormt dit het bodemleven in zee.

Onderwatersuppletie

Strandsuppletie, Marijke Kooijman.

Maar wat als dit alles opeens bedolven wordt onder een hele lading zand! Kunnen de schelpen en hun buren een zandsuppletie overleven? Voor de oorspronkelijke ‘bevolking’ zijn de suppleties een ramp. Zij sterven meteen. Rijkswaterstaat bestudeert de effecten van deze suppleties op het bodemleven. Deze woelige ondiepe zone is moeilijk te bemonsteren, maar onderzoek vanaf boten, gecombineerd met gegevens van Stichting ANEMOON op het strand, hebben laten zien dat de populaties zich hierna weer kunnen herstellen.

Meest kwetsbare soorten

Tweekleppige schelpen blijken van alle bodemdieren in de ondiepe kustzone het meest te lijden van de zandsuppleties onder water. Gelukkig zijn de populaties van bijna alle tweekleppigen wel in staat om zich na één tot drie jaar te herstellen tot ongeveer het oorspronkelijke niveau als voor de zandsuppletie. Dat is gebleken uit een studie van Stichting ANEMOON langs de Hollandse kust en Texel over 1978-2008, de periode voor en na de eerste suppleties. En ook uit de jaarlijkse bemonsteringen bij Ameland vóór en gedurende vier jaar na de suppletie in 2011.

Profiterende schelpen

Nonnetje ingravend, Marijke Kooijman.

Niet alle soorten schelpen hebben zo lang last van de onderwatersuppleties. Het zaagje, de venusschelp en de Amerikaanse zwaardschede vormen een uitzondering. Het zaagje lijkt zelfs te profiteren van de zandsuppleties. Deze soort weet goed gebruik te maken van verstoorde, zandige milieus, zoals de brandingszone. Hij koloniseert makkelijk de beschikbare ruimte na de suppletie. Met zijn sterke ankervormige voet kan hij zich binnen vijf seconden in de bodem ingraven. De gekartelde onderrand, hij heet niet voor niets ‘zaagje’, helpt daarbij. Ook jonge dieren van venusschelpen die vanuit dieper water zijn aangevoerd met de zandsuppletie, weten zich te vestigen in de ondiepe zone. Zij stellen ongeveer dezelfde eisen aan de bodem als zaagjes.

Amerikaanse zwaardschede

Amerikaanse zwaardschede, Marijke Kooijman.

Van alle tweekleppigen is de Amerikaanse zwaardschede het beste in staat tot uit- en weer ingraven. Deze soort leeft pas enkele decennia in Europa. Larven van de Amerikaanse zwaardschede zijn hoogstwaarschijnlijk meegekomen met ballastwater van schepen afkomstig van de Amerikaanse oostkust. Vanaf 1980 heeft de soort zich razendsnel verspreid. Van nature is deze soort een bewoner van sterk dynamische bodems. Hij kan gemakkelijk verticaal in de bodem bewegen en daardoor beter suppleties overleven. Ook hun larven verspreiden zich sneller dan de larven van onze inheemse soorten. Op alle Noordzeestranden worden tegenwoordig zowel levende dieren als verse lege doubletten massaal aangetroffen.

Uiteindelijk kan onderwatersuppletie ook voordelig zijn voor tweekleppigen. De steile onderwaterwanden die door de kusterosie waren ontstaan, worden door de suppleties weer minder steil én er kunnen meer zandbanken voor de kust ontstaan. Daartussen kan slib bezinken. Schelpen zijn deels afhankelijk van de voedselrijkdom in dat slib.

Stekelhuidigen

Bij de bemonsteringen op Ameland vóór en na de suppletie bleek, dat de Amerikaanse zwaardschede de hoogste biomassa onder water vormt, gevolgd door de zeeklit. Dit is een stekelhuidige, familie van de zeester en zee-egels. Het is een grote soort, vandaar dat zijn biomassa nogal zwaar meetelt. Ook de zeeklit koloniseert nieuwe gebieden makkelijk: als een bulldozer gaat hij door het zand. Je kan ze regelmatig op het strand vinden, maar vrijwel
altijd als skelet zonder stekels. Ondanks zijn opvallend fragiele skelet lijkt de zeeklit na de onderwatersuppleties toe te nemen, zo blijkt uit gegevens van de strandmonitoring van 1978-2008 aan de Hollandse kust. Dat geldt ook voor zijn ‘neef’ de gewone slangster. Deze is waarschijnlijk aangevoerd uit dieper water waar zij algemener zijn dan dichtbij de kust.

Wormen en vissen

Jonge tarbot, Marijke Kooijman.

In de monsters bij Ameland zijn ook veel borstelwormen aangetroffen. De meeste borstelwormen blijken niet gevoelig voor onderwatersuppleties. Deze hebben een voordeel van hun beweeglijkheid, zodat zij weer snel hun oude plek innemen. Dat geldt dan weer niet voor de borstelwormen die in een kokertje in het zand leven, zoals de schelpkokerworm. Borstelwormen spelen een belangrijke rol in de hele voedselketen onder water. Zij zijn ook belangrijk als voedsel voor vissen. De ondiepe kustzone is de kinderkamer voor jonge (plat)vis. Uit kornetonderzoek in de brandingszone bij IJmuiden in 2020 kon het effect van de zandsuppleties op jonge vissen niet worden aangetoond. Wel vonden de onderzoekers een effect van de klimaatverandering. Dit onderzoek blijft doorgaan.

Nog veel onbekend

Voor onderzoek in de ondiepe kustzone zijn veel gegevens nodig, omdat de soortensamenstelling er grote variatie vertoont: van jaar tot jaar, van week tot week en van plek tot plek. Dat komt, omdat deze afhankelijk is van veel zaken, zoals storm en vorst, exoten, klimaatverandering, zandsuppleties, windmolenparken. Effecten van zandsuppleties op de samenstelling van bodemdieren zijn hierdoor moeilijk te onderscheiden van andere oorzaken. Inmiddels is veel geleerd over de ecologische gevolgen van zandsuppleties, maar er is nog meer kennis nodig van dit relatief onbekende stukje zee. RWS wil negatieve effecten van suppleties op de ecologie verminderen en positieve effecten versterken.

De effecten van herhaaldelijk suppleren op de bodemdieren zijn tot dusver onbekend. Resultaten van het StrandaanspoelselMonitoringProject (SMP) van Stichting ANEMOON kunnen hierbij goed ondersteunen. Dat is een zeer langlopend onderzoek (vanaf 1978 in Katwijk) en op veel trajecten langs de kust (vanaf 1991 nog tien locaties: van Neeltje Jans in Zeeland tot en met Ameland). Vrijwillige strandwachten registeren alle vers aangespoelde organismen wekelijks of eens in de twee weken gedurende het gehele jaar op vaste trajecten.

Wilt u meer leren over het bodemleven dichtbij het strand? Loop een keer mee of word lid van een strandwacht. Zie website www.anemoon.org/projecten/strandaanspoelsel-monitoring-project-smp en www.anemoon.org/projecten/strandaanspoelsel-monitoring-project-smp email naar anemoon@cistron.nl

* De naam ‘nonnetje’ zou teruggaan op het vissersleven. Vissers hadden de gewoonte om tijdens hun lange tocht schelpen te eten die ze vingen. Nonnetjes hebben echter een sterke sluitspier, waardoor de schelpen met de tong niet open te krijgen waren. Vandaar de verwijzing naar kuise nonnetjes.

Dit artikel verscheen in kwartaalblad Duin. Wil je meer weten over de Nederlandse kust? Word donateur en ontvang Duin voortaan elk kwartaal. Of vraag een gratis proefexemplaar aan.

Gerelateerde berichten

Evolutie: bekend van Darwin, uit onze leefwereld. Maar ook in de taal vindt evolutie plaats, althans, in levende talen. Het product van malen, dat heet meel (geen hotmail). Vliegen-spreken-doen geeft vlucht-spraak-daad. Het product van graven, én ervan afgeleid: graf, gracht, greppel, groef, groeve, en indirect via het Frans gravure.
Door smeltend landijs is de zeespiegel aan het stijgen. Om ons land veilig te houden deponeren grote baggerschepen jaarlijks miljoenen kubieke meters zand op en voor de Nederlandse kust.
Natuurorganisaties vragen minister Van der Wal om deze maand duidelijkheid te geven over de uitvoering van de natuurcompensatie voor Maasvlakte-II.