Onzichtbare duinnatuur

Nauwe korfslak 
Fotograaf Gmelig Meyling
Nauwe korfslak door Adriaan Gmelig Meyling

Minuscuul slakje is grote uitdaging

In ons mooie duinlandschap leeft een bijzondere huisjesslak: de nauwe korfslak. Dit minuscule
landslakje van slechts 2 mm leidt een verborgen bestaan in het strooisel. Het is een karakteristieke soort van kalkrijke, ongestoorde duingebieden. Daarom moet de slak en zijn leefgebied volgens Europese natuurbeschermingswetten (Habitatrichtlijn) worden beschermd. Dat valt nog niet mee. Je kan dit slakje langs vrijwel de hele Nederlandse kust aantreffen, maar in onze zuidelijke duingebieden waar het zand kalkrijker is, komt het het meeste voor. Op sommige geschikte plekken vind je een slakkenbolwerk met wel 1500 exemplaren per vierkante meter. We weten echter nog relatief weinig van deze soort. Hoe behoud je een diertje dat zo moeilijk te vinden is? En hoe kom je er achter wat zijn leefgebied nu wel of juist niet geschikt maakt en wat voor beheer daarvoor nodig is?

Onderzoek

De provincies zijn verantwoordelijk voor het halen van de (Europese) natuurdoelstellingen en dus het behoud van deze soort en zijn leefomgeving. Daarom liet de provincie Zeeland van 2019 tot 2021 een onderzoek uitvoeren naar de verspreiding van de nauwe korfslak in de Zeeuwse duinen. Daarbij is onderzocht op wat voor plekken (habitats) het slakje daar het liefste leeft en hoe het reageert op het beheer.

Op 350 plekken in de Zeeuwse duinen is daarvoor strooisel verzamelden uitgezocht op nauwe korfslakken. Op vijfenveertig van deze plekken werd hij aangetroffen. Door alle bemonsteringslocaties te beschrijven is er een goed beeld ontstaan van de omgeving waarin de soort voorkomt en wat hij nodig heeft om zich prettig te voelen.

Pietje Precies

De nauwe korfslak blijkt een Pietje Precies. De omgeving moet vochtig zijn, maar niet nat en ook niet droog. De vegetatie moet open en warm zijn, maar niet onbegroeid en bloedheet noch gesloten en koel. Bovendien heeft dit diertje strooisel nodig, wederom niet te veel en zeker niet te weinig. Dit is een begin. We weten nog lang niet alles over de precieze wensen (de microhabitat) van het slakje. Wel is het duidelijk geworden dat lage open duin en pionierbegroeiingen, evenals zeer vochtige moerasvegetaties ongeschikt zijn. Ook in kortgegraasde graslanden komt de soort niet voor. Wanneer hoge grassen gaan domineren zoals strandkweek, zandhaver, heen of duinriet, dan wordt de omgeving geschikt voor de nauwe korfslak. In dergelijke graslanden worden geregeld hoge dichtheden aangetroffen. Een tweede belangrijk korfslakkenhabitat ontstaat op de overgang van deze lange grassen naar duindoornstruwelen. In jonge duindoornstruwelen is het goed toeven voor de slak. Als de struwelen ouder worden en zich verdichten of ontwikkelen tot meidoorn-, vlier- of ligusterstruweel wordt het weer te donker en te vochtig. De derde en laatste geschikte plekken zijn populierenbosjes. Deze bomen hebben gemakkelijk verteerbaar bladmateriaal, dat kennelijk een goed slakkenonderkomen biedt.

Last van droogte en stikstofdepositie

Als je hoge eisen stelt aan je leefomgeving kan een kleine verandering al tegenvallen. Dat is ook het geval bij de nauwe korfslak. Tellingen laten zien dat de soort op oude vindplaatsen sinds 2005 met bijna 90% is afgenomen. Hiervoor zijn verschillende oorzaken aan te geven. De droge zomers van 2017-2020 waren zwaar voor huisjesslakken die een vochtige omgeving nodig hebben. Bovendien heeft de nauwe korfslak veel last van stikstofdepositie. Te veel stikstof leidt er namelijk toe dat de graslanden en struwelen waar hij leeft, sneller dichtgroeien of veranderen in bramenstruweel: geen goede plek dus. Een indirect negatief effect van stikstofdepositie is het intensieve terreinbeheer dat vervolgens nodig is om te voorkomen dat het duinlandschap dichtgroeit. Plaggen, maaien, begrazen en stimuleren van verstuiving leiden in eerste instantie namelijk tot een open, warm en strooiselarm leefgebied, waardoor de nauwe korfslak verdwijnt. Een derde bedreiging is de opmars van invasieve exotische struiken en bomen, zoals de Amerikaanse vogelkers en rimpelroos, die de zo geschikte duindoornstruwelen verdringen. In begroeiingen van deze soorten komen geen korfslakken voor.

Alle hens aan dek voor behoud en herstel

Nu de soort zo schaars aan het worden is door de combinatie van stikstofdepositie, klimaatverandering en binnendringende exoten, moeten we de resterende leefgebieden koesteren. De beste bescherming is om reservaten aan te wijzen waar de nauwe korfslak kan overleven. In zo’n reservaat worden alleen kleinschalige beheermaatregelen genomen met als doel het leefgebied te verjongen en in het juiste ontwikkelingsstadium te houden. Tot op heden is er slechts één dergelijk klein reservaat in de duinen bij Ter Heide, ten zuiden van Den Haag. Dus de hoogste tijd dat er meer bij komen.

Nauwe korfslak 
Fotograaf Gmelig Meyling
Nauwe korfslak door Adriaan Gmelig Meyling

Ook buiten de korfslakreservaten heeft de soort specifieke bescherming nodig. Waar de nauwe korfslak nog voorkomt is maatwerk vereist bij het beheer door plekken waar hij veel aanwezig is te ontzien, daar met klein materieel te werken en zeker niet te begrazen. Alleen beschermen is niet voldoende. Er is ook herstel van verloren leefgebied nodig. Door hydrologisch herstel van verdroogde duinen wordt de ontwikkeling van geschikte, vochtige gebieden gestimuleerd. Daar waar de soort dreigt te verdwijnen, kunnen maatregelen worden genomen om de dynamiek terug te brengen, zoals het stimuleren van zandverstuiving, creëren van kerven in de zeereep en revitaliseren van kwelders. Het is de kunst om dit plaats te laten vinden op plekken waar de slakken niet voorkomen maar in een later stadium, als de begroeiing weer wat toeneemt, wel kunnen komen.

Korfslakken gezocht

Bescherming van de soort is lastig doordat de verspreiding en de grenzen van de populaties vaak niet goed bekend zijn. Stichting Anemoon voert daarom samen met enthousiaste vrijwilligers inventarisaties uit om daarmee een bijdrage te leveren aan het behoud van deze mysterieuze huisjesslak. Als je interesse hebt om te helpen dan ben je altijd welkom om je als vrijwilliger aan te melden.

De Nauwe korfslak is een piepklein landslakje van 2 mm groot, roodbruin van kleur met een huisje dat linksom draait (bij de meeste slakken is dat rechtsom). Het slakje is kieskeurig. Het houdt van kalkrijk zand, leeft in strooisel (van bijvoorbeeld populieren) op plekken die niet te droog en niet te vochtig of zuur zijn. Ook in vegetaties met lang gras komt het voor. De nauwe korfslak legt tussen maart en oktober 20-70 eieren, die binnen twee weken uitkomen. Hij wordt ongeveer twee jaar oud.

H. van Kleef (Stichting Bargerveen), A. Boesveld (Stichting ANEMOON en Vertigo Research) en A.W. Gmelig Meyling (Stichting ANEMOON)

Dit artikel verscheen in kwartaalblad Duin. Wil je meer weten over de Nederlandse kust? Word donateur en ontvang Duin voortaan elk kwartaal. Of vraag een gratis proefexemplaar aan.

Bron: www.anemoon.nl bit.ly/3Or3ZoC

Gerelateerde berichten

Het najaar is het mooiste jaargetijde voor een wandeling door de natuur om paddenstoelen te bewonderen. Ook op het strand vind je langs de duinvoet fraaie paddenstoelen.
Samen met Jacco Duindam, sinds lange tijd duinconsulent van de Kapittelduinen en Solleveld in Zuid-Holland, maak ik door het Staelduinse bos.
Strandpalen genieten niet bepaald grote publieke belangstelling. Met zijn boek ‘Strandpalen van Nederland’ laat Martijn de Groot echter zien hoe onterecht dat is.