skip to Main Content

Peen

Wilde peen. Foto: Ronald van Wijk

Het was nog maart en ik fietste door de Haarlemmermeer. De zon scheen; de zon scheen al de hele week. In de zandige berm bloeide een schermbloem: peen! Wel heel erg vroeg: de flora zegt “vanaf juni”. De plek was wel uiterst gunstig: achter de berm rees een scherm op, dat alle zonnewarmte ving. Door de zon bevangen bracht ik dit geluidsscherm en schermbloem met elkaar in verband.

Peen telt enkele honderden kleine, vijftallige bloemen, allemaal naast elkaar binnen een cirkel. Onder dit scherm lopen, als bij een paraplu, talrijke baleinen vanuit één punt. Er is wel een belangrijk verschil: geen honderden steeltjes naar de bloempjes, nee, die steeltjes zouden dan én lang moeten zijn om de bloempjes ruimte te geven, én zeer dun om elkaar niet te verdringen. De schermbloemfamilie heeft het probleem opgelost: vanaf de steel ontspruiten er enkele tientallen baleinen, en vlak onder het bloemenscherm volgt aan elke balein een nieuw schermpje met zeker tien bloempjes.

Peen onderscheidt zich van schermbloemigen als fluitenkruid, pastinaak en berenklauw  onder meer door frequent een zwartrood bloempje in het centrum. De bloem lijkt te suggereren: er smult al een beestje, kom erbij, hier valt iets te halen. Op zijn platte scherm komen vliegen, korttongige bijen en kevers af. Ze lopen al verzamelend over het scherm. Opvallende bloembezoekers zijn de soldaatjes: bruinoranje kevertjes. Tijdens de zaadvorming krult het scherm zich tot een “vogelnestje”, een kenmerk van peen. Het zaad is erg klitterig.

Peen, oorspronkelijk pee, komt hier al duizenden jaren voor. Het werd ook gekweekt, zeker in de duinstreek. Rond 1400 is er een oranjewortelig ras ingevoerd. Hieruit zijn steeds vleziger en zoetere rassen gekweekt, die wel gevoeliger zijn voor ziekten. In het duin groeit de ‘wilde peen’ vooral nabij de dorpen, want enige menselijke invloed is gunstig. Deze wilde peen heeft wittige, taaie wortels, maar is genetisch bijna gelijk. Kneus het bladgroen en je ruikt bospeen. Sommige schermen vertonen tussen het zaad vlezige blazen, een muggengal. Hierin huist een oranje larfje.

Loosduiners worden Peenbuikers genoemd. Ook koninginnepages houden als rups van peen. Eenmaal zag ik deze zeldzame vlinder, op een mooie, late meidag op een hoog duin.

Dit jaar, op 23 april, bloeiden onder meer salomonszegel, meidoorn en hondstong. De bloeitijd hiervan is volgens de KNNV-Flora (2014) vanaf mei. Misschien moeten die flora’s aangepast worden. Het zal immers steeds vroeger en vaker peentjes zweten worden.

Tekst: Peter van den Berg

Dit artikel verscheen in ons kwartaalblad Duin. Wilt u meer weten over de Nederlandse kust? Word donateur en ontvang Duin voortaan elk kwartaal. Of vraag een gratis proefexemplaar aan.

Back To Top
0
    0
    Winkelmand
    Winkelmand is leegVerder winkelen