Natuur Schoorlse Duinen herstelt zich goed

Natuur Schoorlse Duinen herstelt zich goed

Buntgrasduin met zandblauwtje door Theo Baas
Buntgrasduin met zandblauwtje door Theo Baas

Snel herstel Schoorlse Duinen

Tien jaar jaar de grote branden zijn De Schoorlse Duinen veranderd in een afwisselend natuurlandschap. Nieuwe planten en dieren, waaronder de streng beschermde rugstreeppad, vestigden zich in het gebied. Stichting Duinbehoud is blij met dit snelle herstel.

Duinbranden

Schoorl Mariavlakte door Theo Baas
Schoorl Mariavlakte door Theo Baas

Tussen 2009 en 2011 woedden enkele duinbranden in de Schoorlse Duinen. Een gebied van 270 hectare werd getroffen, waaronder stukken naaldbos, loofbos en heide.

Na de branden heeft Staatsbosbeheer de Schoorlse Duinen ontwikkelt tot een gevarieerd landschap met droog duingrasland, natte valleien, heiden, meren en poelen. In 2016 begonnen de herstelwerkzaamheden, waarbij het verbrande naaldhout werd verwijderd en sommige valleien zijn geplagd om ze natter te laten worden. Daarna gaf zandverstuiving het gebied verder vorm.

Buntgras en zandblauwtje

De kale zandvlakten zijn inmiddels begroeid met plantensoorten die passen bij het gewenste duingrasland, zoals buntgras, zandzegge, schapenzuring en zandblauwtje. In de vochtige delen ontstaan heidegebieden met kenmerkende planten, waaronder dopheide en de vleesetende ronde zonnedauw. In de poelen komt het oeverkruid voor, een zeldzame plant van voedselarme vennen en duinmeertjes.

Bruine kikkers, rugstreeppadden en libellen gebruiken de poelen om hun eieren af te zetten. De bloemrijke duingraslanden zullen nieuwe vlindersoorten lokken, zo is de verwachting. Boomleeuweriken, nachtzwaluwen en zandhagedissen profiteren al van het afwisselende landschap met open duinen.

Bruine kikker
Bruine kikker

Toename soorten kenmerkend voor kalkarme duinen

Consulent Theo Baas van Stichting Duinbehoud voor de regio Bergen, Egmond en Schoorl is enthousiast over de veranderingen: ‘Binnen een tijdsbestek van tien jaar zijn soorten die kenmerkend zijn voor kalkarme duinen duidelijk toegenomen. Dit project laat zien dat de omvorming van naaldbos naar een open duingebied heel bijzondere natuur kan opleveren. We zijn benieuwd naar de verdere ontwikkelingen en houden het nauwlettend in de gaten.’

Reimer Bekius: Strijdbare activist voor de duinen

Reimer Bekius: Strijdbare activist voor de duinen

Reimer Bekius
Reimer Bekius

Reimer Bekius geeft het stokje over

Het grondwaterpeil in de Grafelijkheidsduinen weer op het niveau van rond 1900 en de terugkeer van oorspronkelijke duinvegetatie. Reimer Bekius maakt bij zijn afzwaaien als duinconsulent de balans op. Maar hij telt niet uitsluitend de zegeningen. “Als actievoerder heb je ook te maken met frustratie, als je minder succes hebt dan gehoopt.”

Strijdbare activist voor de duinen, 45 jaar lang

Als docent biologie droeg Reimer 33 jaar lang kennis van en interesse voor de natuur over aan Helderse middelbare scholieren. Het leven buiten de schoolmuren speelde zich vooral af in de duinen. Met een scherp oog hield hij als consulent van de Stichting Duinbehoud 45 jaar lang de duinnatuur in de gaten, van de Huisduinen tot en met de Noordduinen bij Julianadorp. Grote veranderingen voltrokken zich, zoals het staken van de waterwinning en het afgraven van de stikstofrijke bovenlaag van de bodem in de Grafelijkheidsduinen. “Vegetatie die thuishoort in de duinen, is daardoor teruggekeerd”, aldus Reimer. “En het grondwater staat nu weer op hetzelfde peil als in 1900.”

Unieke populatie tapuiten

Tapuit door Adriaan Dijksen, Foto Fitis
Tapuit door Adriaan Dijksen, Foto Fitis

Opmerkelijk in de Grafelijksheids- en Noordduinen is de aanwezigheid van de tapuit. Nergens in Nederland vind je zoveel broedparen van deze zeldzame vogel. Het is de ‘bijvangst’ van het ontplaggen en begrazen. Dat heeft een open, zanderig duinlandschap opgeleverd, waar konijnen goed gedijen. En ook de tapuit, want die broedt in konijnenholen. De populatie is zelfs gegroeid. Dit is uniek in Nederland.

Strijd tegen lichtvervuiling

Als duinconsulent heeft Reimer zich vooral toegelegd op actievoeren, onder andere tegen lichtvervuiling in de natuur. Met succes. Stonden aanvankelijk álle strandopgangen op de nominatie om te worden verlicht, dat is uiteindelijk beperkt gebleven tot de opgang bij Julianadorp.

Tennisbaanverlichting tegenhouden aan de rand van de duinen in Julianadorp is niet gelukt. En dat knaagt nog steeds. “Vooral de vleermuis is er de dupe van. Dergelijke verstorende verlichting aan de rand van een natuurgebied is niet meer van deze tijd. De minder plezierige kant van actievoeren is wanneer je niet bereikt waarop je had gehoopt.”

Samen optrekken

Wat tientallen jaren knokken voor de duinen heeft opgeleverd? Reimer: “De kracht van Stichting Duinbehoud ligt in het gezamenlijk optrekken met andere natuur- en milieuorganisaties waardoor drinkwaterwinning in de duinen is gestaakt of nu gebeurt op een natuurvriendelijke manier. En de stikstofoverlast staat nu echt op de agenda bij beleidsmakers.”

Marcel Wijnalda
Marcel Wijnalda

Nieuw in de Helderse duinen: Marcel Wijnalda

Texel is zijn basis, maar met een been staat Marcel Wijnalda op het vaste land van Den Helder, waar hij werkt voor duurzaamheidscentrum de Helderse Vallei. Hij volgt Reimer Bekius op als consulent van de Stichting Duinbehoud. Als vrijwillige boswachter van Natuurmonumenten, natuurgids van IVN, Texelgids (‘Txgids’) en Werelderfgoedgids voor de Waddenvereniging, stroomt zout water door Marcels aderen. Zijn verleden als onderwijzer zet hij in voor natuureducatie. Marcel: “Daar ligt voor mij als duinconsulent een taak. Recreatie in goede banen leiden beschouw ik als een speerpunt. Het eist zijn deel op in onze natuur en is nauwelijks terug te dringen. Maar we kunnen recreatie wel in goede banen leiden en bezoekers ervan overtuigen de natuur te ontzien.

Het project Het Groene Strand uitdragen en mensen overtuigen van de noodzaak ervan, zie ik als een belangrijke taak.” Het Groene Strand is een samenwerking tussen Stichting Duinbehoud, Landschap Noord-Holland (LandschappenNL), IVN Natuureducatie, de Vogelbescherming en Stichting Anemoon om de natuur en natuurbeleving terug te brengen op de Nederlandse stranden. Het Groene Strand is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de Nationale Postcode Loterij.

Strandwallen – uniek in Europa

Strandwallen – uniek in Europa

Landgoed De Horsten, Wassenaar, uitzichtpunt Seringenberg door Gerrit van Ommering.
Landgoed De Horsten, Wassenaar, uitzichtpunt Seringenberg door Gerrit van Ommering.

Wat zijn strandwallen?
Hein Krantz en Wim ter Keurs – beiden bioloog – leggen uit wat strandwallen zijn, hoe deze zijn ontstaan, en waarom deze wallen van belangrijke waarde zijn. Hein vanuit cultuurhistorisch oogpunt en Wim vanuit de natuurkant. Zij stellen zich onderaan dit artikel aan ons voor. De kustlijn van Nederland is in duizenden jaren sterk veranderd. Na de laatste ijstijd is door afsmelten van de reusachtige landijskappen de zeespiegel ruim honderd meter gestegen. Door golf- en getijdenwerking ontstonden door zee opgeworpen zandbanken, de strandwallen. Zo gauw die wallen boven het hoogste zeeniveau uitkwamen, werden er duinen op gevormd. Daarom noemen we strandwallen ‘oude duinen’.

De strandwal bij Voorhout.
De strandwal bij Voorhout.

Hoe herken je een strandwal?
Strandwallen zijn langgerekte, uit zand gevormde verhogingen in het landschap. Ze lopen parallel aan de kust van Monster tot Bergen aan Zee. Ze zijn max. 600 meter breed, een paar meter hoog en worden onderbroken door rivieren. Later met veen opgevulde inzinkingen tussen strandwallen noemen we strandvlakten. Tussen Den Haag en Leiden zijn strandvlakten in gebruik als grasland, afgewisseld met elzen- en essenhakhoutbossen. Ten noorden van de Oude Rijn zijn veel strandwallen in de laatste eeuwen afgegraven voor bollenteelt en om te gebruiken als bouwzand.

Weetje: een strandwal is door de zee opgeworpen. Een duin is door de wind ontstaan.

Wanneer zijn strandwallen ontstaan?
Zo’n 5000 jaar geleden, toen de zeespiegel 15 centimeter per eeuw steeg, bereikte de zee zijn meest oostelijke punt en ontstond het strandwalsysteem. De oudste bewaard gebleven strandwal, waarop Wateringen, Rijswijk, Voorburg, Leidschendam en Voorschoten liggen, is een voorbeeld hiervan. Vroege bewoners van Nederland zagen in dat deze hoger gelegen gebieden zeer geschikt waren voor bewoning. Aan de langgerekte, elliptische vorm van de dorpen (Voorschoten, Sassenheim, Lisse en Hillegom) zie je hoe dorpen zich binnen de breedtegrenzen van de strandwallen ontwikkeld hebben. Kastelen zoals Duivenvoorde, Ter Horst, Teylingen, Brederode en oude kerken zijn alleen op strandwallen te vinden. De strandwal van Leiden naar Haarlem is in de 16e eeuw al afgegraven, er was zand nodig voor de uitbreiding van Amsterdam, Leiden en Haarlem. De weteringen waarover dit zand werd afgevoerd heten vaak Zandvaart of Zandsloot.

Weetje: De Laan van Meerdervoort in Den Haag ligt op een strandwal. De rijkere buurten in Den Haag vinden we op de strandwallen; de armere merendeels in de strandvlakten. De Haagse beek, die eindigt in de Hofvijver, loopt in een strandvlakte.

Waarom is het strandwallenlandschap zo belangrijk?
De karakteristieke opbouw van het strandwallenlandschap tussen Den Haag en Leiden is ongeschonden herkenbaar en uniek in Europa. Voor zover niet bebouwd, worden strandwallen tussen Den Haag en Leiden gekenmerkt door broedvogelrijke bossen van buitenplaatsen. Hoewel allemaal aangeplant, hebben strandwalbossen zich deels ontwikkeld tot natuurlijke bosvegetaties. Drogere bosvegetaties op de hogere delen en nattere vegetaties op de flanken. In het voorjaar zijn er vele soorten stinzenplanten te vinden, als sierplant ingevoerde en daarna verwildert. In de vochtige venige strandvlakten zijn bossen en graslanden ontstaan. De bossen zijn broedvogelrijk, voor wat betreft aantal soorten en broedparen. De graslanden zijn belangrijk als weidevogelgebied en als overwinteringsgebied. Boezemwateren die in de strandvlakten lopen (zijtakken van de Rijn) zijn belangrijk als paaigebied voor verschillende vissoorten, zoals karper, brasem, ruis- en blankvoorn.

Nest buizerd jongen door Wim ter Keurs.
Nest buizerd jongen door Wim ter Keurs.

Wat zijn de bedreigingen voor de strandwallen?
Tussen Den Haag en Leiden is een deel van het strandwalbos tot villatuinen geworden. Het merendeel van dit bos heeft zijn natuurlijk karakter verloren en dreigt zelfs zijn boskarakter te verliezen. Veel melkveehouders in het strandwallenlandschap houden met hun bedrijfsvoering van oudsher rekening met natuur. Ook doen zij met agrarische natuurverenigingen aan natuurbeheer. Toch vormt intensivering van boerenbedrijfsvoering een ernstige bedreiging voor weidevogels en hazen in de strandvlakten. Omdat weidevogels en hazen als soorten van open landschappen “storingsgevoelig” zijn, moeten strandvlakten niet verder recreatief ontsloten worden.

Weetje: In open landschappen vliegen vogels al weg, als je nog 100 meter van hen bent verwijderd. In een bos vliegt een vogel pas op 10 meter weg. 

Hein Krantz
Hein Krantz

Hein is bijna 40 jaar bioloog en was directeur van Stichting Landschapsbeheer Zuid-Holland en van Stichting tot behoud van Particuliere Historische Buitenplaats. Hij heeft vanaf zijn studie onderzoek gedaan (en doet dat nog steeds) naar cultuurhistorie van het strandwallenlandschap m.n. tussen Den Haag en Leiden. Resultaten van dit onderzoek gebruikt hij voor cultuurhistorische onderbouwing van zijn inspanningen om het strandwallenlandschap als zodanig herkenbaar te houden. Sinds 2017 doet hij dit –samen met Wim- voor Stichting Duinbehoud. Wim en Hein begeleiden al 43 jaar een door Wim geïnitieerde vrijwilligersgroep, die een deel van het essen- en -elzenhakhout op de Horsten onderhoudt.

Wim ter Keurs
Wim ter Keurs

Wim is bijna 50 jaar bioloog en was 35 jaar hoofd milieubiologie aan universiteit Leiden. Hij deed onderzoek naar mogelijkheden van natuurbeheer op moderne melkveebedrijven. Een flink aantal onderzochte maatregelen wordt nu toegepast bij boerennatuurbeheer. Wim zet zich sinds de vijftiger jaren in voor behoud van het strandwallenlandschap tussen Den Haag en Leiden. In de negentiger jaren richtte hij, samen met Hein en agrariërs uit het strandwallenlandschap tussen Den Haag en Leiden, de agrarische natuurvereniging Santvoorde op. Hij zet zich sinds 2017 in namens Duinbehoud voor het strandwallenlandschap.

Samen sterk
Voorzitter van Duinbehoud, Piet Jonker: “Strandwallen zijn karakteristiek voor ons duinlandschap. Van oudsher zijn het plekken waar mensen graag wonen. Daardoor staat de landschappelijke waarde onder druk van verdere bebouwing en onnatuurlijk gebruik. Dit gaat ten koste van natuur (broedvogels, ecologische verbindingen) en de natuurgerichte wandelaars en fietsers. Het is geweldig dat ervaren en deskundige beschermers van het strandwallengebied als Hein en Wim zich bij Duinbehoud hebben aangesloten. Samen staan wij sterk!

Katwijker Ben ter Haar geeft het stokje over

Katwijker Ben ter Haar geeft het stokje over

Ben Ter Haar door Gijs van Der Bent
Ben Ter Haar door Gijs van Der Bent

Een halve eeuw op de bres voor kwetsbare duinnatuur

Katwijker Ben ter Haar was erbij toen in 1975 een groepje lokale natuurliefhebbers de kiem legde voor Stichting Duinbehoud, actief van Cadzand tot Schiermonnikoog om kwetsbare duinnatuur te beschermen. Nu geeft hij het stokje over aan dorpsgenoot Maarten Langbroek. “We hebben een enorme omslag tot stand gebracht.”

Een mijlpaal, kort na de oprichting van Stichting Duinbehoud in 1977, was het verzet tegen de uitbreiding van de waterwinning in duingebied Berkheide, tussen Katwijk en Wassenaar. Ben: “De productie moest verviervoudigen. Heel Berkheide dreigde op de schop te gaan voor uitbreiding van de waterinfrastructuur. Dat hebben we met succes tegengehouden. Water wordt er nog steeds gewonnen. Maar Berkheide is nu een uniek natuurgebied met een grote rijkdom aan vogels en duinflora.”

Groot draagvlak
Met acties voor natuurbehoud maak je niet alleen maar vrienden. Ben: “Maar het besef dat kwetsbare natuur bescherming verdient, is overal doorgedrongen. Duin was vroeger niet anders dan vierkante meters gebied waar je drinkwater uit haalde of dat je gebruikte als bouwterrein wanneer een wijk uitbreidde. Het had geen enkele status als natuur. Daar heeft Stichting Duinbehoud een enorme omslag tot stand gebracht. Ons draagvlak is groot geworden.”

Duinbehoud: overal actief waar duinnatuur is

Overal waar duinnatuur is, is Stichting Duinbehoud actief met een landelijke netwerk van 40 duinconsulenten. Zij zijn de oren en ogen van Duinbehoud langs de hele Nederlandse kust, volgen nauwlettend ruimtelijke ontwikkelingen die effect hebben op de duinnatuur en komen in het geweer als die in de knel komt.

Een greep uit de successen van Duinbehoud:

• De status van Natura 2000 gebied voor alle Nederlandse duingebieden;
• Het staken van de plezierjacht in het duingebied;
• Herstel van vochtige duinvalleien , o.a. in Zuid-Berkheide en Noord-Meijendel;
• Dynamisch kustbeheer, met als resultaat onder andere de Zandmotor voor de kust van het Westland.

Slim en alert optreden
Het lijstje van successen dankt Stichting Duinbehoud aan alertheid. En aan slim optreden. Zodra ergens plannen circuleren waardoor duinnatuur in het gedrang komt, schuiven de natuurbeschermers aan tafel, vertelt Ben. “In die fase kunnen we er vaak een flink stempel drukken. En als het moét, schuwen we de rechtszaal niet. Namens Duinbehoud heb ik acht keer geprocedeerd bij de Raad van State en alle keren hebben we gewonnen.”

Maarten Langbroek
Maarten Langbroek

De natuur als beroep
Na ruim 46 jaar aan de weg timmeren als consulent van Duinbehoud, geeft Ben het stokje over aan dorpsgenoot Maarten Langbroek. Op basisschool raakte hij in de ban van het vogels kijken en het heeft hem nooit meer losgelaten. Maarten timmert aan de weg om het draagvlak voor natuurbescherming verbreden, onder andere in de expertgroep groen, die de gemeente adviseert. Maarten: “Op de ene interesse volgde de andere en ik heb als ecoloog bij een adviesbureau van mijn hobby mijn beroep gemaakt. Het hele land is mijn werkterrein, dus ik kan vergelijken. Maar nergens vind je zo een unieke biodiversiteit als in onze kalrijke duinen. Soorten als liggend bergvlas en buizerdmos kom je nergens anders tegen in Nederland. De plant-, vogel- en insectenrijkdom hangt er nauw samen. Vandaar de kwetsbaarheid. Verstoring heeft een domino-effect. We moeten er zorgvuldig mee omgaan.”

Zeepaardjes spoelen aan op Texel

Zeepaardjes spoelen aan op Texel

Het gevonden zeepaardje door Sytske Dijksen

Duinconsulent Sytske Dijksen (Texel) is gefascineerd door zeepaardjes. Ze heeft in de loop der jaren vele afbeeldingen en modelletjes van het sierlijke visje verzameld. Maar een zelf gevonden, echt exemplaar ontbrak nog in haar collectie. Tot deze week. Na twintig jaar zoeken vond ze in de vloedlijn bij Paal 8 een aangespoeld zeepaardje. Dat was niet alleen reden tot vreugde.

Een klassiek geval van hoera, wat treurig. Zo beschrijft Sytske haar vondst. Hoera, ze had eindelijk een zeepaardje gevonden. En treurig, want de afgelopen tijd spoelden er wel erg veel dode zeepaardjes aan op Texel: zeker vijftien diertjes in twee weken. Een ongekend aantal. Waar komen die vandaan?

Sytske woont 48 jaar op Texel en kan zich niet herinneren dat er eerder zoveel zeepaardjes tegelijk werden gevonden. Slechts twee van de diertjes brachten het er levend vanaf. Een exemplaar is naar Ecomare gebracht, het andere is door de vinder teruggezet in zee.

Ook op andere plekken langs de kust spoelden zeepaardjes aan. Op Ameland werd afgelopen weekend een levend zeepaardje gevonden. Die is per dierenambulance naar het natuurcentrum op het eiland vervoerd.

Warm water

Het zeepaardje lijkt het steeds meer naar zijn zin te hebben in de Nederlandse kustwateren. Vroeger was het een zeldzame verschijning. Nu komen duikers het diertje regelmatig tegen in de Oosterschelde en in het Waddengebied. Mogelijk speelt klimaatverandering een rol: zeepaardjes houden van warmere wateren. En die vinden ze tegenwoordig ook in Nederland.

Het aantal zeepaardjes in Nederland zit al een paar jaar in de lift. Maar waarom spoelen ze nu ook in grote aantallen aan, vroeg Sytske zich af. Op het eiland en op social media vroeg ze mensen naar hun ideeën. Zo sprak ze met bioloog Pierre Bonnet van Ecomare. Die heeft een mogelijke verklaring gevonden.

Zeepaardje door Sytske Dijksen

Mosdiertjes

Zeepaardjes zijn slechte zwemmers. Liever houden ze zich rechtop staande in de stroming. Het was al bekend dat ze zich daarom met hun staart aan zeegras vastklampen. Maar in de vloedlijn op Texel werd geen zeegras gevonden. Wel spoelden er grote bossen harige mosdiertjes aan. Deze poliepachtige diertjes leven in kolonies op de zeebodem. Zo’n kolonie heeft wel wat weg van een bos zeewier.

In de Nederlandse wateren is zeegras zeldzaam geworden. Sytske en Pierre denken dat zeepaardjes zich hier vastklampen aan mosdiertjeskoloniën. Veel van de aangespoelde zeepaardjes werden tussen de mosdiertjes gevonden. Mogelijk heeft een storm van twee weken geleden de mosdiertjeskolonie losgeslagen van de zeebodem en met zeepaardjes en al op het strand gedeponeerd, vertelt Pierre Bonnet aan de Texelsche Courant.

Wat moet je doen als je een levend zeepaardje vindt? Doe het zeepaardje in een bak of zakje gevuld met zeewater. Zet het diertje weer uit op een plek waar hij zich met zijn staart aan bodembegroeiing kan vasthouden. In een havenmond of langs een dijk bijvoorbeeld. Als je een zeepaardje vanaf het strand direct terug in het water zet, kan hij moeilijk op eigen kracht verder de zee in zwemmen. De kans is dan groot dat hij opnieuw aanspoelt.
0
    0
    Winkelmand
    Winkelmand is leegVerder winkelen