Zeepaardjes spoelen aan op Texel

Zeepaardjes spoelen aan op Texel

Het gevonden zeepaardje door Sytske Dijksen

Duinconsulent Sytske Dijksen (Texel) is gefascineerd door zeepaardjes. Ze heeft in de loop der jaren vele afbeeldingen en modelletjes van het sierlijke visje verzameld. Maar een zelf gevonden, echt exemplaar ontbrak nog in haar collectie. Tot deze week. Na twintig jaar zoeken vond ze in de vloedlijn bij Paal 8 een aangespoeld zeepaardje. Dat was niet alleen reden tot vreugde.

Een klassiek geval van hoera, wat treurig. Zo beschrijft Sytske haar vondst. Hoera, ze had eindelijk een zeepaardje gevonden. En treurig, want de afgelopen tijd spoelden er wel erg veel dode zeepaardjes aan op Texel: zeker vijftien diertjes in twee weken. Een ongekend aantal. Waar komen die vandaan?

Sytske woont 48 jaar op Texel en kan zich niet herinneren dat er eerder zoveel zeepaardjes tegelijk werden gevonden. Slechts twee van de diertjes brachten het er levend vanaf. Een exemplaar is naar Ecomare gebracht, het andere is door de vinder teruggezet in zee.

Ook op andere plekken langs de kust spoelden zeepaardjes aan. Op Ameland werd afgelopen weekend een levend zeepaardje gevonden. Die is per dierenambulance naar het natuurcentrum op het eiland vervoerd.

Warm water

Het zeepaardje lijkt het steeds meer naar zijn zin te hebben in de Nederlandse kustwateren. Vroeger was het een zeldzame verschijning. Nu komen duikers het diertje regelmatig tegen in de Oosterschelde en in het Waddengebied. Mogelijk speelt klimaatverandering een rol: zeepaardjes houden van warmere wateren. En die vinden ze tegenwoordig ook in Nederland.

Het aantal zeepaardjes in Nederland zit al een paar jaar in de lift. Maar waarom spoelen ze nu ook in grote aantallen aan, vroeg Sytske zich af. Op het eiland en op social media vroeg ze mensen naar hun ideeën. Zo sprak ze met bioloog Pierre Bonnet van Ecomare. Die heeft een mogelijke verklaring gevonden.

Zeepaardje door Sytske Dijksen

Mosdiertjes

Zeepaardjes zijn slechte zwemmers. Liever houden ze zich rechtop staande in de stroming. Het was al bekend dat ze zich daarom met hun staart aan zeegras vastklampen. Maar in de vloedlijn op Texel werd geen zeegras gevonden. Wel spoelden er grote bossen harige mosdiertjes aan. Deze poliepachtige diertjes leven in kolonies op de zeebodem. Zo’n kolonie heeft wel wat weg van een bos zeewier.

In de Nederlandse wateren is zeegras zeldzaam geworden. Sytske en Pierre denken dat zeepaardjes zich hier vastklampen aan mosdiertjeskoloniën. Veel van de aangespoelde zeepaardjes werden tussen de mosdiertjes gevonden. Mogelijk heeft een storm van twee weken geleden de mosdiertjeskolonie losgeslagen van de zeebodem en met zeepaardjes en al op het strand gedeponeerd, vertelt Pierre Bonnet aan de Texelsche Courant.

Wat moet je doen als je een levend zeepaardje vindt? Doe het zeepaardje in een bak of zakje gevuld met zeewater. Zet het diertje weer uit op een plek waar hij zich met zijn staart aan bodembegroeiing kan vasthouden. In een havenmond of langs een dijk bijvoorbeeld. Als je een zeepaardje vanaf het strand direct terug in het water zet, kan hij moeilijk op eigen kracht verder de zee in zwemmen. De kans is dan groot dat hij opnieuw aanspoelt.
Het Groene Strand van Goerree-Overflakkee: Ruimte voor de natuur

Het Groene Strand van Goerree-Overflakkee: Ruimte voor de natuur

Met de hand schoonmaken

Zeekraal op Goeree door Ronald van Wijk

Ouddorp heeft het eerste groene strand van Goeree-Overflakkee. Vanaf het aankomende voorjaar gaan vrijwilligers het 2 kilometer lange strand met de hand schoonmaken. Tot nu toe gebeurde dat machinaal, maar daarbij verdween het aangespoelde zeewier van het strand. Zo ging een belangrijke bron van voedsel voor kleine stranddiertjes zoals de strandvlo verloren. En daar hadden bontbekplevieren en andere vogels op hun beurt weer last van.

Van zandbak naar natuur

Duinconsulent Krijn Tanis vertelde erover aan het AD: ‘Het strand was de laatste jaren een zandbak geworden. Al het leven was eruit. Het strand schoonmaken is natuurlijk altijd met goede bedoelingen gebeurd, voor de recreanten. Maar toeristen vinden het ook leuk om te zien dat de natuur op het strand terug komt.’

Het Groene Strand

Het aangepaste schoonmaakbeleid van het Ouddorpse is onderdeel van het Groene Strand project waaraan Stichting Duinbehoud deelneemt. Het is de bedoeling dat andere stranden in het hele Nederlandse kustgebied het voorbeeld van Ouddorp gaan volgen.

Lees hier het artikel op de website van het AD

Het Groene Strand is een samenwerking tussen stichting Anemoon, stichting Duinbehoud, de Vogelbescherming, IVN, en Landschappen NL, in Noord-Holland is dat Landschap Noord-Holland. Het project is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de Nationale Postcodeloterij.

250 hectare nieuwe natuur

250 hectare nieuwe natuur

Derde slufter voor Zeeuws-Vlaanderen
Het strookje duin van Zeeuws-Vlaanderen is maar smal en hooguit vijftien kilometer lang. Maar de wisselwerking met het achterland, waar het getij vrij spel heeft, is uniek. Deze vijftien kilometer duingebied telt de twee sluftergebieden: Het Zwin bij Cadzand en de Verdronken Zwarte Polder bij Nieuwvliet-Bad. En het goede nieuws is dat het derde bijna is voltooid: natuurreservaat Waterdunen, tussen Breskens en Groede. Voor puristen: geen sluftergebied pur sang, want het getij krijgt hier niet helemaal vrij spel, maar gecontroleerd, via een waterkering. Terwijl de aanleg van paden nog in volle gang is en natuurgidsen zich warmlopen, zijn brakwaterplanten als de schijnspurrie, aardbeiklaver en de zeeaster hier al neergestreken. Net als vele trek- en broedvogels.

Duinconsulent Jo Timmers

250 hectare nieuwe natuur
Duinbehoud-consulent Jo Timmers prijst zich gelukkig met 350 hectare Waterdunen. “De honderd die is bestemd voor verblijfsrecreatie, hadden we er graag bij gehad. Maar per saldo krijgen we er 250 hectare nieuwe natuur bij in voormalig polderland. Alles wijst erop dat het heel bijzonder gaat worden. Afspraken tussen de Nederlandse en de Vlaamse regering over de uitdieping van de Westerschelde moeten ervoor zorgen dat het ecosysteem, dat kenmerkend is voor deze riviermonding, gezond en dynamisch blijft.” Waterdunen dient niet alleen natuurherstel, maar is ook een impuls voor de economie in het vergrijzende westen van Zeeuws-Vlaanderen. Versterking van de kustbescherming speelt ook een rol. Bij dit natuurherstelproject krijgen natuur en recreatie ruimte. Eind volgend jaar gaat Waterdunen open voor wandelaars.

Duinbehoud legt gewicht in de schaal
Maar botsende belangen tussen natuur en recreatie maken de natuurbeschermers in Zeeuws-Vlaanderen alert. Jo beschouwt waakzaamheid voor een al te rekkelijke interpretatie van de Zeeuwse Kustvisie als een speerpunt. “Waar vroeger kampeerders enkele weken per jaar neerstreken, zien we op steeds meer plekken daken van recreatiewoningen boven het karakteristieke landschap uit steken. Een opsteker is dat we als natuurbeschermers nu meer steun krijgen van de bevolking. Uit zorg over de aanwassende stroom toeristen, hebben inwoners het platform ‘Toerisme uit balans’ opgericht. Het draagvlak tegen de uitdijende vakantieparken groeit. We trekken op met lokale en provinciale natuur- en landschapsbeschermers. Als landelijke organisatie leggen we als Duinbehoud − naast hen − echt gewicht in de schaal.”

Boomkikker door Nico van Kappel

Terugkeer van de boomkikker
Steun komt ook uit verrassende hoek: van de boomkikker. Was hij dertig jaar geleden zo goed verdwenen uit Zeeuws-Vlaanderen, in de omgeving van Aardenburg en Retranchement groeien de populaties. Jo: “Echt een succesverhaal, vooral dankzij de inzet van het Boomkikkerfonds met bewustwordingscampagnes en actieplannen rond de eeuwwisseling en zorgvuldig beheer van Het Zeeuwse Landschap in jaren daarna.” Uitbreiding van het aantal drinkpoelen en detailkennis van de biotoop voor het vee heeft heel goed gewerkt. De boomkikker rukt inmiddels ook op naar de duingebieden. Als beschermde soort, geeft hij ons een troef in handen om de duinen te behoeden voor aantasting.”

Mark Neelemans

Geliefde biotoop
Nu de toeristenstroom weg is en de rust weer is neergedaald over Zeeuws-Vlaanderen, is Jo weer vaak wandelend te vinden in zijn meest geliefde biotoop: het Zwin. En fietsend over het buitendijkse pad, tussen Breskens en Biervliet. “Dan gaat de verrekijker mee, om zeehonden te spotten in de Westerschelde. Bijzonder aan deze route is ook dat zelfs een stuk fietspad niet aan de invloed van de getijdestroom ontkomt. Bij het dorp Nummer Een staat het pad bij storm/springtij onder water.”

Dit artikel verscheen in onze nieuwsbrief DuinTopics. Wil jij ook op de hoogte blijven van het laatste nieuws rondom de kust? Klik hier en schrijf je in.

Johan Krol, Duinconsulent op Ameland

Johan Krol, Duinconsulent op Ameland

Johan Krol is al 32 jaar verbonden als ecoloog aan het Natuurcentrum op Ameland en kent het eiland als zijn broekzak. Hij is als het ware vanzelf steeds meer betrokken geraakt bij Stichting Duinbehoud. Die zocht een contactpersoon op het eiland en kwam bij hem terecht. Bij Johan lopen betaald werk en vrijwilligerstaken voor Duinbehoud wat door elkaar heen. Voor Rijkswaterstaat monitort hij sinds 2017 de vogelstand op het strand tussen Nes en Hollum. Doordat een zandplaat tussen paal 4 en 8 aan het eiland is vastgegroeid, is een prachtig natuurgebied ontstaan met een groen strand en nieuwe duinen.  ‘Dit jaar zaten er 10 nesten van strandplevieren’ vertelt Johan enthousiast. Daarbij werkt hij goed samen met Rijkswaterstaat, dat ervoor zorgt dat er borden worden geplaatst om strandbezoekers te waarschuwen.

Voor Stichting Duinbehoud volgt hij allerlei lokale eilandzaken. ‘Het is prettig als je ondersteuning hebt van een landelijke club als bijvoorbeeld een zienswijze moet worden ingediend.  Zo’n eiland is toch een kleine gemeenschap.’, vertelt hij. Als goed voorbeeld haalt hij daarbij het leidingentracé van het windmolenpark voor de kust aan. Op zulke momenten is er contact met de landelijke medewerkers, die dan meedenken en -indienen. Bij waddenbrede zaken is er ook contact met de consulenten van de andere eilanden, maar zijn focus is toch vooral gericht op Ameland. Johan verbaast zich er over dat er nauwelijks kustgemeenten zijn die ecologen in dienst hebben. Op Ameland zitten ze met het Natuurcentrum wat dat betreft nog best goed. Ook is hij blij met de ontwikkelingen bij Rijkswaterstaat Noord. Daar zijn enkele jonge ecologen aangenomen en is de inzet op natuur- en kustontwikkeling de afgelopen paar jaar zeker verbeterd.

Dit artikel verscheen in ons kwartaalblad Duin. Wilt u meer weten over de Nederlandse kust? Word donateur en ontvang Duin voortaan elk kwartaal. Of vraag een gratis proefexemplaar aan. 

MIJN DUIN Dit keer: Julius Röntgen met de Haagse duinen uit zijn jeugd

MIJN DUIN Dit keer: Julius Röntgen met de Haagse duinen uit zijn jeugd

Wie ben ik?

Ik ben Julius Röntgen (1945). Als Hagenees (geboren Hagenaar) werd ik door mijn ouders al vroeg met het duin vertrouwd gemaakt. Mijn moeder ging met mij op haar Fongersfiets die de oorlog had overleefd met het bekende schopje en emmertje naar het dichtstbijzijnde duinbos ‘de Bosjes van Poot’. Ze streek neer in een zandkuil en liet mij spelen terwijl zij de omgeving in de gaten hield. Toen ik te dichtbij een betonnen spleet kroop zei ze: “Pas op Julius, niet naar binnen gaan, hoor! Misschien ligt er nog wel een dooie Mof in!” Later zou ik nog wel eens in zo’n zandkuil in de duinen neerstrijken om de natuur op mij in te laten werken, mijn manier om contact met het Hogere te zoeken.

Helaas zijn die Bosjes van Poot al snel opgeofferd aan de waterzuivering naast het ‘Verversingskanaal’, een afwateringskanaal dat ‘s winters ijsvrij bleef. Mijn vader observeerde hier wintergasten door zijn eenogige Zeiss kijkertje met ‘Zien is Kennen’ als naslagwerk. Elk voorjaar gingen mijn vader (musicus) en ik samen luisteren naar de nachtegalen in de Bosjes van Poot. En met de padvindersgroep ‘De Duinjagers’ voerde ik in de Westduinen opdrachten uit. Met mijn moeder fietste ik door het Westduin naar de Arabislaan waar mijn grootouders woonden. Mijn grootmoeder hield van wandelingen door het duinbos ‘Meer en Bos’. Daar heb je naast mooie wijnkelders en een theetuin ook een duinmeertje. Ik denk dat ik in die tijd onbewust meegekregen heb, hoe belangrijk een goede waterhuishouding in de duinen is. Dichtbij ontspringt de Beek die tenslotte uitmondt in de Hofvijver – een ander voormalig duinmeertje. Mijn moeder en ik bezochten in die tijd ook die andere theetuin gelegen in een boerenschuur in een duinbosje in Meijendel – nu bezoekerscentrum ‘De Tapuit’.

We fietsten erheen langs de Pompstationsweg met zijn markante gebouwen van de gevangenis en de watertoren over het klinkerpad met zijn steile klim. Ooit zochten we daar met oom Frans en tante Hank en hun kinderen op Tweede Paasdag eieren. Met mijn ouders ging ik soms wandelend van huis naar de watertoren en verder. Wat droog was het daar in dat duin! Ik was altijd blij als ik na afloop van die wandeling een verfrissing kreeg.

Een minder leuke herinnering heb ik aan de Waalsdorpervlakte. Als soldaat schoot ik daar eind 1965 tijdens een zogenaamde compagniesdag met mijn karabijn ‘een serie van vijf’. Dat was vlak bij de plaats die de Duitsers gebruikten als executieplaats voor terdoodveroordeelden….

Als jonge student fietste ik regelmatig door het duin van Den Haag naar mijn studentenkamer in Leiden, altijd genietend van de rust in het duin in die tijden. Ik begreep niets van al die sprengen, waterlopen van de Haagse waterleidingmaatschappij, later wel. Ik denk dat al deze ervaringen mede hebben geleid tot mijn inzet als Wetlandwacht voor Vogelbescherming en duinconsulent voor Duinbehoud. Liefde voor duinen gaat nooit over….

Meer info: http://juliusrontgen.info/

0
    0
    Winkelmand
    Winkelmand is leegVerder winkelen