Uitbreiding waterwinning en natuurherstel in Berkheide

Uitbreiding waterwinning en natuurherstel in Berkheide

Foto: Ronald van der Graaf

Uitbreiding waterwinning en natuurherstel

Afgelopen november is drinkwaterbedrijf Dunea in het westen van Berkheide in de omgeving van de bekende ‘Muur’ gestart met werkzaamheden om de drinkwaterproductie uit te breiden. Een bestaande winning wordt gerenoveerd en verlengd, en er wordt een nieuwe infiltratieplas aangelegd. Binnenkort gaat Staatsbosbeheer hier aan de slag om vochtige duinvalleinatuur te herstellen in de nabijgelegen Dichtedel. Het open duinlandschap wordt hersteld door opslag van bomen en struiken weg te halen en de dikke humuslaag van de bodems te verwijderen. Het reliëf van de valleibodem wordt hersteld en afgestemd op de toekomstige grondwaterstanden. Op deze manier kunnen zich hier in de komende jaren soortenrijke vochtige duinvalleivegetaties ontwikkelen met orchideeën, parnassia en bitterling zoals deze door natuurherstel in de afgelopen vijftien jaar ook elders in Berkheide zijn ontstaan.

Intensief overleg

Foto: Henk Jan van der Klis

Over deze plannen – zowel voor waterwinning als voor natuur – is intensief overlegd door Dunea, Staatsbosbeheer, Stichting Duinbehoud en Stichting Berkheide Coepelduynen. Er zijn afspraken gemaakt over maatregelen om schade aan bestaande natuur zo veel mogelijk te beperken en het waterwinproject goed af te stemmen op het valleiherstel in de Dichtedel. Ook zijn afspraken gemaakt over herstel van de iets noordelijker gelegen Bendel in de komende jaren. Om dit mogelijk te maken wordt een nabijgelegen winning deels opgeheven. Om deze afspraken te ‘borgen’ zijn ze vastgelegd in een juridische overeenkomst tussen de natuurbeschermingsorganisaties en Dunea.

Dat wij akkoord zijn gegaan met deze uitbreiding van de waterwinning is niet vanzelfsprekend. In het verleden hebben we vaak bezwaar gemaakt tegen dergelijke uitbreidingen. In dit geval vonden we de voordelen echter opwegen tegen de nadelen.

Dit artikel verscheen in onze nieuwsbrief DuinTopics. Wil jij ook op de hoogte blijven van het laatste nieuws rondom de kust? Klik hier en schrijf je in.

Dunea helpt singles van Meijendel. Reddingsoperatie rozenkransje

Dunea helpt singles van Meijendel. Reddingsoperatie rozenkransje

De singles van Meijendel

In duingebied Meijendel is Dunea een project gestart om het zeldzame rozenkransje te redden. Dit bijzondere plantje komt in Nederland nog maar op zes plaatsen voor. Zonder hulp zal het rozenkransje uit het Nationaal Park Hollandse Duinen verdwijnen. Het behoud van biodiversiteit staat hoog op de agenda van Dunea en van Nationaal Park Hollandse Duinen.

De snelle achteruitgang van het rozenkransje wordt mede veroorzaakt door de bijzonderheid dat mannetjes- en vrouwtjesbloemen op gescheiden planten staan. Mannetjes- en vrouwtjesplanten moeten dus bij elkaar in de buurt staan om zich te kunnen voortplanten. Zowel op de mannelijke als vrouwelijke bloeistengels van 5-15 cm hoog staat een groepje van 1-6 bloemhoofdjes. Is een van beide geslachten uitgestorven op een plek, dan sterft de soort daar uiteindelijk uit. Op slechts vier plekken in Nederland komen mannelijke en vrouwelijke rozenkransjes nog samen voor.

De singles van Meijendel

In Meijendel groeien alleen nog mannelijke rozenkransjes. Om hen te behouden heeft Dunea specifieke expertise ingeroepen. Hortus Leiden heeft de Meijendel-mannen vanuit enkele stekken vermeerderd. Deze zijn uit logeren gegaan bij Science4Nature. Deze stichting zet zich in voor behoud van biodiversiteit en is gelieerd aan de Universiteit van Amsterdam. In het kader van het landelijke herstelproject voor soorten van heischrale graslanden heeft Science4Nature populaties van rozenkransje uit Nederland in kweek. Hier zijn de Meijendel-mannen gekruist met vrouwelijke planten van de andere standplaatsen. Vervolgens hebben zij de zaden uit deze kruisingen uitgezaaid in de buurt van de Meijendel-mannetjes.

Historie

Het rozenkransje was tot 1850 een redelijk algemeen voorkomende soort op de zandgronden in Nederland. Daarna ging het, eerst door ontginningen en later door verzuring en versnippering, bergafwaarts. Rond 1930 was het aantal locaties gehalveerd en rond 1970 was nog maar 10% over, en in 2020 groeide het rozenkransje nog maar op zes plaatsen in Nederland. Tot voor kort kon op slechts vier van deze locaties voortplanting plaatsvinden, maar met dit project hopelijk straks weer op vijf plekken. En nu maar hopen dat de Meijendelse zaden ontkiemen en voor nakomelingen gaan zorgen. Zal het gaan lukken?

Rozenkransje, bestoven vrouwelijke plant

Bloembezoek

De bloemhoofdjes van het rozenkransje worden door allerlei insecten bezocht: vliegen, zweefvliegen, vlinders, af en toe een wilde bij en zelfs door mieren. Een goede menging van mannelijke en vrouwelijke planten is een vereiste om zaden te produceren. De bloemhoofdjes zijn klein, maar planten kunnen via korte uitlopers een groter oppervlakte innemen. Het aantal planten en de plantgrootte bepaalt de aantrekkelijkheid voor bloembezoekende insecten. Nemen deze af, dan neemt ook de aantrekkelijkheid af. Dit heeft geresulteerd in een zeer slechte zaadproductie in twee van de vier nog bestaande populaties waar nog wél mannen en vrouwen voorkomen.

Experimenteel onderzoek heeft aangetoond dat extra bestuiving met de hand tot een driemaal zo hoge zaadproductie leidt.

Heischrale graslanden

Het rozenkransje groeit op vrij voedselarme, niet bemeste, basenrijke tot zwak zure oftewel heischrale graslanden, vaak licht betreden of begraasde grond, in koude en koel-gematigde streken in Eurazië. Heischraal grasland is een type grasland dat tussen zure heide en basenrijk grasland in zit. Nu eens staat het rozenkransje in ijl dwergstruweel van kruipwilg of in heidevegetatie, dan weer op vrij open plekken met veel korstmossen. Ook in de duinen komt heischraal grasland voor: op enigszins vochtige plekken waar de bodem licht ontkalkt is, met soorten als mannetjesereprijs, grote tijm, verfbrem, hondsviooltje, veldgentiaan, geel walstro, geelhartje en stijve ogentroost. Op vlakkere terreindelen komt de soort voor buiten bereik van direct grondwater in (oude, niet meer onder water staande) duinvalleien, maar wél met knopbies in de buurt. Meestal groeit rozenkransje in de volle zon. Wanneer de soort op hogere plekken als duinhellingen voorkomt, zijn dit doorgaans de noordhellingen, die niet direct in de zon liggen. In Meijendel staat het rozenkransje op een noordhelling. Lichte konijnenbegrazing is een belangrijke voorwaarde voor het voortbestaan van de groeiplaatsen van dit fraaie plantje. Echter, konijnen hebben de neiging om bloeistengels af te bijten, wat weer te veel van het goede kan zijn.

Dit artikel verscheen in ons kwartaalblad Duin. Wilt u voortaan ook Duin ontvangen, word dan donateur van de Stichting Duinbehoud.  

Droogte in waterwingebied

Droogte in waterwingebied

Duinviooltjes zijn aangepast aan droogte.

Het klinkt zo tegenstrijdig en toch gebeurt het tegenwoordig bijna elk voorjaar en zomer. De natuur verdroogt onder invloed van verdamping en bij gebrek aan neerslag. Ook in een waterwingebied. En eigenlijk boft de natuur hier een beetje. Want planten die van grondwater afhankelijk zijn, komen hier beter aan hun trekken.

In waterwingebieden in de duinen drijft een ondergrondse bel met zoet duinwater op zilt grondwater. In de overgangen is het water brak. Deze zoetwaterbel is in Meijendel tot 120 meter diep en wordt continu aangevuld met voorgezuiverd rivierwater uit de Afgedamde Maas. Eenzelfde hoeveelheid water wordt in hetzelfde gestage tempo opgepompt om verder te zuiveren tot betrouwbaar drinkwater. Evenveel erin als eruit. De bovenkant van deze zoetwaterbel zit vlak onder de oppervlakte of zelfs erboven. Dat zijn de vochtige duinvalleien. Meestal zit het grondwater dieper in de grond en is de duinbodem aan de oppervlakte droog. Alleen planten en bomen met diepe wortels weten zich verzekerd van een koele en altijd vochtige omgeving. 

Water afhankelijke natuur

Gedurende de drie maanden droogte in de zomer van 2018 was er beperkte bloei van planten in de duinen. ‘Stro’ was het algemene beeld. Bioloog en beleidsadviseur Harrie van der Hagen maakt onderscheid tussen grondwaterafhankelijke natuur en grondwateronafhankelijke natuur. We beginnen met de eerste: “De natuur in vochtige duinvalleien en langs de randen van de infiltratieplassen, is volledig afhankelijk van het waterniveau. Omdat we – ondanks alles – konden doorgaan met het infiltreren van voorgezuiverd rivierwater, is de hydrologische basis van de vochtige duinvalleien, een Natura 2000-beschermd habitat, niet in het geding gekomen. De absolute voorwaarde hiervoor is dat we – vooral in het groeiseizoen – beschikken over voldoende voorgezuiverd rivierwater.”

Water onafhankelijke natuur

“Voor natuur die niet afhankelijk is van grondwater, waren de gevolgen ook maar beperkt,” denkt Harrie. “Veel was stro, dus er heeft minder gebloeid.” Daardoor zullen de insecten wel een klap hebben gehad, zou je denken. Maar het jaar erop was de situatie zelfs beter. Hoe is dat te verklaren? Harrie: “Het hoge aanbod aan stikstof heeft geleid tot vergrassing van het duingebied en vee helpt die vergrassing terug te dringen. Echter, de grassen kunnen niet tegen armoede en droogte; deze zijn deels afgestorven. Hierdoor zijn er gaten in de begroeiing gevallen, die in het voorjaar van 2019 meteen werden ingenomen door kruiden en bloemplanten. De typische kruiden en bloemplanten van de duinen hebben dus juist geprofiteerd van de droogte van 2018.

Toekomst

Door klimaatverandering zal dit vaker gaan optreden, is de verwachting. De vraag is dan wel of het frequent optreden van droogte de natuurwaarden op termijn nog steeds helpt. 

Harrie: “Dit voorjaar zijn we in elk geval gestart met voldoende water in de grond. Doordat het niet of nauwelijks heeft geregend, hebben de winterannuellen een kort seizoen gehad. Zij hebben voldoende zaden op de bodem liggen om volgend voorjaar weer volop aanwezig te zijn. En, ik heb zelden zo’n uitbundige bloei van het duinviooltje gezien als dit voorjaar!”

Minder vee

“Wordt het een natte zomer, dan zullen vooral grassen als duinriet gaan profiteren. Zet de droogte door, dan zal de ‘verwoestijning’ van het droge duin doorgaan en de vergrassing van het duin verder verminderen. Bomen zullen dan een deel van hun verdampende bladeren laten vallen,” voorspelt Harrie. “Mocht de trend van droogte zich blijven doorzetten, dan betekent dit dat er in de zomer minder eten is voor het vee. De zomer wordt dan net zo schraal als de winter. Het aantal dieren zal dan worden teruggebracht. Op sommige plaatsen is het verschil tussen wel en niet begraasd aan weerszijde van het hek al niet meer te zien. Zo kan het dus gebeuren dat droogte een beheermaatregel als begrazing deels overbodig maakt.”

Natte duinvallei in waterwingebied

Literatuur: www.floron.nl en Witte et al. 2014 Probe-berekeningen

Tekst: Dunea

Dit artikel verscheen in ons kwartaalblad Duin. Wilt u meer weten over de Nederlandse kust? Word donateur en ontvang Duin voortaan elk kwartaal. Of vraag een gratis proefexemplaar aan.

0
    0
    Winkelmand
    Winkelmand is leegVerder winkelen