Katwijker Ben ter Haar geeft het stokje over

Katwijker Ben ter Haar geeft het stokje over

Ben Ter Haar door Gijs van Der Bent
Ben Ter Haar door Gijs van Der Bent

Een halve eeuw op de bres voor kwetsbare duinnatuur

Katwijker Ben ter Haar was erbij toen in 1975 een groepje lokale natuurliefhebbers de kiem legde voor Stichting Duinbehoud, actief van Cadzand tot Schiermonnikoog om kwetsbare duinnatuur te beschermen. Nu geeft hij het stokje over aan dorpsgenoot Maarten Langbroek. “We hebben een enorme omslag tot stand gebracht.”

Een mijlpaal, kort na de oprichting van Stichting Duinbehoud in 1977, was het verzet tegen de uitbreiding van de waterwinning in duingebied Berkheide, tussen Katwijk en Wassenaar. Ben: “De productie moest verviervoudigen. Heel Berkheide dreigde op de schop te gaan voor uitbreiding van de waterinfrastructuur. Dat hebben we met succes tegengehouden. Water wordt er nog steeds gewonnen. Maar Berkheide is nu een uniek natuurgebied met een grote rijkdom aan vogels en duinflora.”

Groot draagvlak
Met acties voor natuurbehoud maak je niet alleen maar vrienden. Ben: “Maar het besef dat kwetsbare natuur bescherming verdient, is overal doorgedrongen. Duin was vroeger niet anders dan vierkante meters gebied waar je drinkwater uit haalde of dat je gebruikte als bouwterrein wanneer een wijk uitbreidde. Het had geen enkele status als natuur. Daar heeft Stichting Duinbehoud een enorme omslag tot stand gebracht. Ons draagvlak is groot geworden.”

Duinbehoud: overal actief waar duinnatuur is

Overal waar duinnatuur is, is Stichting Duinbehoud actief met een landelijke netwerk van 40 duinconsulenten. Zij zijn de oren en ogen van Duinbehoud langs de hele Nederlandse kust, volgen nauwlettend ruimtelijke ontwikkelingen die effect hebben op de duinnatuur en komen in het geweer als die in de knel komt.

Een greep uit de successen van Duinbehoud:

• De status van Natura 2000 gebied voor alle Nederlandse duingebieden;
• Het staken van de plezierjacht in het duingebied;
• Herstel van vochtige duinvalleien , o.a. in Zuid-Berkheide en Noord-Meijendel;
• Dynamisch kustbeheer, met als resultaat onder andere de Zandmotor voor de kust van het Westland.

Slim en alert optreden
Het lijstje van successen dankt Stichting Duinbehoud aan alertheid. En aan slim optreden. Zodra ergens plannen circuleren waardoor duinnatuur in het gedrang komt, schuiven de natuurbeschermers aan tafel, vertelt Ben. “In die fase kunnen we er vaak een flink stempel drukken. En als het moét, schuwen we de rechtszaal niet. Namens Duinbehoud heb ik acht keer geprocedeerd bij de Raad van State en alle keren hebben we gewonnen.”

Maarten Langbroek
Maarten Langbroek

De natuur als beroep
Na ruim 46 jaar aan de weg timmeren als consulent van Duinbehoud, geeft Ben het stokje over aan dorpsgenoot Maarten Langbroek. Op basisschool raakte hij in de ban van het vogels kijken en het heeft hem nooit meer losgelaten. Maarten timmert aan de weg om het draagvlak voor natuurbescherming verbreden, onder andere in de expertgroep groen, die de gemeente adviseert. Maarten: “Op de ene interesse volgde de andere en ik heb als ecoloog bij een adviesbureau van mijn hobby mijn beroep gemaakt. Het hele land is mijn werkterrein, dus ik kan vergelijken. Maar nergens vind je zo een unieke biodiversiteit als in onze kalrijke duinen. Soorten als liggend bergvlas en buizerdmos kom je nergens anders tegen in Nederland. De plant-, vogel- en insectenrijkdom hangt er nauw samen. Vandaar de kwetsbaarheid. Verstoring heeft een domino-effect. We moeten er zorgvuldig mee omgaan.”

Aaibaar beestje: de boomkikker

Aaibaar beestje: de boomkikker

De boomkikker is een guitig beestje, met bijna menselijke trekjes. Op een warme dag in de voorzomer koestert hij zich graag op een tak in het zonlicht, knipoogt en lijkt te glimlachen. Zijn populariteit dankt hij deels aan zijn aaibaarheidsfactor.

Boomkikker door Nico van Kappel
Boomkikker door Nico van Kappel

Boomkikkers aan de kust

Wijd verspreid is hij (nog) niet in de Nederlandse duingebieden, maar langzaamaan rukt hij wel op: de boomkikker. In Zeeuws-Vlaanderen heeft het Boomkikkerfonds zich sterk voor gemaakt voor herstel van de populatie. Vooral dankzij aanleg van drinkpoelen voor het vee, is die in het westen van de regio zo sterk gegroeid, dat je de boomkikker er nu ook in de duingebieden tegenkomt. In mindere mate ook in de duinen van Terschelling en Noord- en Zuid-Holland; onder andere Meijendel en de Amsterdamse Waterleidingduinen. Vermoedelijk is hij in deze gebieden omstreeks het jaar 2000 uitgezet.

Grote populaties kom je tegen in de leefgebieden waar hij altijd heeft standgehouden: het oosten van Overijssel en de oostelijke Achterhoek en in Brabant en Limburg. Elders is de boomkikker vanaf de jaren vijftig zo goed als verdwenen. Door schaalvergroting van de landbouw, aantasting van natuurgebieden en het verdwijnen van poelen en struweel. Vandaar dat hij staat vermeld op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten.

Kleefstof & boomkikkers tellen

Boomkikker door Nico van Kappel
Boomkikker door Nico van Kappel

Zijn klimkwaliteiten dankt het beestje aan klieren aan de poten, die een kleefstof afscheiden. Dat stelt hem in staat van tak tot tak te klimmen in struikgewas en lage bomen. Struweel met in de nabijheid grote, ondiepe poelen, waar geen vissen zwemmen die zijn eitjes opeten, is zijn ideale biotoop. Overdag houdt de boomkikker zich gedeisd om energie te sparen voor nachtelijke voedseltochten. Met zijn tong vangt hij vliegen, spinnen en kevers.

Een groot deel van zijn leven brengt dit sympathieke reptiel door op het droge, in het struweel. Vanaf eind april zetten de mannetjes het op een kwaken om vrouwtjes te lokken. Het is de tijd waarop boomkikkertellers eropuit trekken. Dat tellen is een vak apart. Een ervaren teller is in staat het geluid van maximaal twintig kikkers van elkaar te onderscheiden. Wetenschappers maken ook wel gebruik van een geluidscamera. Die geeft in beeld weer waar de van elkaar in toon verschillende kwaakgeluiden vandaan komen.

Hoe klinkt de boomkikker?

Wilt u horen hoe de boomkikker klinkt? Luister dan dit geluidsfragment af. Om de boomkikker te zien in het duingebied moet u even geduld hebben. Op dit moment is de boomkikker in een diepe winterslaap in holle bomen en houtstapels. 

Dit artikel verscheen in onze nieuwsbrief DuinTopics. Wil jij ook op de hoogte blijven van het laatste nieuws rondom de kust? Klik hier en schrijf je in.

Dunea helpt singles van Meijendel. Reddingsoperatie rozenkransje

Dunea helpt singles van Meijendel. Reddingsoperatie rozenkransje

De singles van Meijendel

In duingebied Meijendel is Dunea een project gestart om het zeldzame rozenkransje te redden. Dit bijzondere plantje komt in Nederland nog maar op zes plaatsen voor. Zonder hulp zal het rozenkransje uit het Nationaal Park Hollandse Duinen verdwijnen. Het behoud van biodiversiteit staat hoog op de agenda van Dunea en van Nationaal Park Hollandse Duinen.

De snelle achteruitgang van het rozenkransje wordt mede veroorzaakt door de bijzonderheid dat mannetjes- en vrouwtjesbloemen op gescheiden planten staan. Mannetjes- en vrouwtjesplanten moeten dus bij elkaar in de buurt staan om zich te kunnen voortplanten. Zowel op de mannelijke als vrouwelijke bloeistengels van 5-15 cm hoog staat een groepje van 1-6 bloemhoofdjes. Is een van beide geslachten uitgestorven op een plek, dan sterft de soort daar uiteindelijk uit. Op slechts vier plekken in Nederland komen mannelijke en vrouwelijke rozenkransjes nog samen voor.

De singles van Meijendel

In Meijendel groeien alleen nog mannelijke rozenkransjes. Om hen te behouden heeft Dunea specifieke expertise ingeroepen. Hortus Leiden heeft de Meijendel-mannen vanuit enkele stekken vermeerderd. Deze zijn uit logeren gegaan bij Science4Nature. Deze stichting zet zich in voor behoud van biodiversiteit en is gelieerd aan de Universiteit van Amsterdam. In het kader van het landelijke herstelproject voor soorten van heischrale graslanden heeft Science4Nature populaties van rozenkransje uit Nederland in kweek. Hier zijn de Meijendel-mannen gekruist met vrouwelijke planten van de andere standplaatsen. Vervolgens hebben zij de zaden uit deze kruisingen uitgezaaid in de buurt van de Meijendel-mannetjes.

Historie

Het rozenkransje was tot 1850 een redelijk algemeen voorkomende soort op de zandgronden in Nederland. Daarna ging het, eerst door ontginningen en later door verzuring en versnippering, bergafwaarts. Rond 1930 was het aantal locaties gehalveerd en rond 1970 was nog maar 10% over, en in 2020 groeide het rozenkransje nog maar op zes plaatsen in Nederland. Tot voor kort kon op slechts vier van deze locaties voortplanting plaatsvinden, maar met dit project hopelijk straks weer op vijf plekken. En nu maar hopen dat de Meijendelse zaden ontkiemen en voor nakomelingen gaan zorgen. Zal het gaan lukken?

Rozenkransje, bestoven vrouwelijke plant

Bloembezoek

De bloemhoofdjes van het rozenkransje worden door allerlei insecten bezocht: vliegen, zweefvliegen, vlinders, af en toe een wilde bij en zelfs door mieren. Een goede menging van mannelijke en vrouwelijke planten is een vereiste om zaden te produceren. De bloemhoofdjes zijn klein, maar planten kunnen via korte uitlopers een groter oppervlakte innemen. Het aantal planten en de plantgrootte bepaalt de aantrekkelijkheid voor bloembezoekende insecten. Nemen deze af, dan neemt ook de aantrekkelijkheid af. Dit heeft geresulteerd in een zeer slechte zaadproductie in twee van de vier nog bestaande populaties waar nog wél mannen en vrouwen voorkomen.

Experimenteel onderzoek heeft aangetoond dat extra bestuiving met de hand tot een driemaal zo hoge zaadproductie leidt.

Heischrale graslanden

Het rozenkransje groeit op vrij voedselarme, niet bemeste, basenrijke tot zwak zure oftewel heischrale graslanden, vaak licht betreden of begraasde grond, in koude en koel-gematigde streken in Eurazië. Heischraal grasland is een type grasland dat tussen zure heide en basenrijk grasland in zit. Nu eens staat het rozenkransje in ijl dwergstruweel van kruipwilg of in heidevegetatie, dan weer op vrij open plekken met veel korstmossen. Ook in de duinen komt heischraal grasland voor: op enigszins vochtige plekken waar de bodem licht ontkalkt is, met soorten als mannetjesereprijs, grote tijm, verfbrem, hondsviooltje, veldgentiaan, geel walstro, geelhartje en stijve ogentroost. Op vlakkere terreindelen komt de soort voor buiten bereik van direct grondwater in (oude, niet meer onder water staande) duinvalleien, maar wél met knopbies in de buurt. Meestal groeit rozenkransje in de volle zon. Wanneer de soort op hogere plekken als duinhellingen voorkomt, zijn dit doorgaans de noordhellingen, die niet direct in de zon liggen. In Meijendel staat het rozenkransje op een noordhelling. Lichte konijnenbegrazing is een belangrijke voorwaarde voor het voortbestaan van de groeiplaatsen van dit fraaie plantje. Echter, konijnen hebben de neiging om bloeistengels af te bijten, wat weer te veel van het goede kan zijn.

Dit artikel verscheen in ons kwartaalblad Duin. Wilt u voortaan ook Duin ontvangen, word dan donateur van de Stichting Duinbehoud.  

Nachtegalen zingen beter

Nachtegalen zingen beter

Foto: Gertjan van Noord

Wanneer het gevaarlijk Corona-virus dat wil, ligt het ganse raderwerk stil. Geen lange lijsten van files op de radio. Op de beruchte knooppunten, Ketelplein en Grijsoord, lijkt het de gehele week zondagochtend vroeg. Ongeveer vijftig jaar ben ik tussen half april en eind mei wel een keer per week ‘s nachts te vinden in Meyendel, luisterend naar de nachtegalen.

Met altijd het geruis van het autoverkeer op de altijd drukke Landscheidingsweg ( = NORAH) op de achtergrond. Met vaak het geluid van een sirene van een ambulance of politieauto erboven uit gillend. En nu? Niets. Behalve dan de zang van de nachtegalen. Door niets meer verstoort. Het lijkt alsof ze het weten. Want ze zingen extra luid, extra mooi en extra lang. De toegang tot Meyendel is gesperd voor alle verkeer. Langzaam wandelend in het nachtelijk duister op rubber zolen dringen we gestaag verder in een soms sprookjesachtige wereld van wonderlijke geluiden. Dan rent een egel op zijn kleine pootjes over het pad op zoek naar een wormpje. Plots schieten twee konijnen over de weg. De oorzaak van hun vlucht zien we enkele minuten later: een vos.

Boven in de bomen zingen de nachtegalen. Is die van links uitgezongen, begint die recht voor ons, bijgevallen door eentje achter ons. Een jewelste van trillers, uithalen en muzikale acrobatiek. Soms is het even doodstil. We horen zelfs het geluid van de branding. Maar verder helemaal niets. Geen auto’s, sirenes of het geluid van overvliegende vliegtuigen of voortrazende sneltreinen. Dan barst het nachtegalenkoor zonder dirigent weer uit in een chaotische symfonie van tonen, waarvan er geen een vals is. Tja, zo zou het ieder voorjaar moeten klinken, zonder storende bijgeluiden. Hoewel … hopelijk is de oorzaak van deze soms indrukwekkende stiltes tussen de uitbundige nachtegalenzang snel voorbij.

F. Micklinghoff

0
    0
    Winkelmand
    Winkelmand is leegVerder winkelen