Stinzenplanten, kleurrijke pareltjes in het strandwallengebied

Stinzenplanten, kleurrijke pareltjes in het strandwallengebied

Bostulp door Nico van Kappel
Bostulp door Nico van Kappel

Strandwallen lopen parallel aan de kust van Bergen aan Zee (NH) tot Monster (ZH). Het zijn langgerekte, door de zee opgeworpen en aangespoelde zandruggen in het landschap duizenden jaren geleden ontstaan na de laatste ijstijd. Strandwallen worden ook wel de ‘oude duinen’ genoemd, omdat op die zandruggen duintjes ontstonden zo gauw ze boven het hoogste zeeniveau uitkwamen. Ook deze ‘oude duinen’ vallen onder het werkterrein van Stichting Duinbehoud. Wie zich in deze tijd van het jaar in dit oude gebied begeeft kan er bijna niet omheen, de stinzenplanten. Al vroeg in het voorjaar leggen ze her en der een vrolijke kleurige deken over het landschap, meestal op (voormalige) buitenplaatsen waar ze ooit door de eigenaren zijn aangeplant.

Wat zijn stinzenplanten precies en waarom zijn ze juist te vinden in het strandwallengebied?

Boshyacinten langs zuidoostelijke rand van Zuidwijk door Wim ter Keurs
Boshyacinten langs zuidoostelijke rand van Zuidwijk door Wim ter Keurs

Een plant van aanzien
Voor de herkomst moeten we eerst een stukje terug in de tijd. Het woord stins (meervoud stinsen of stinzen) komt uit Friesland en betekent stenen huis. Een stins was een middeleeuwse versterkte woontoren. De veelal rijke bewoners haalden sierplanten, zoals de Bostulp, Gele Anemoon, Boerenkrokus, Boshyacint, het Lenteklokje en Haarlems klokkenspel (een gevulde variëteit van de Steenbreek) uit het Middellandse Zee gebied. De planten werden gezien als een belangrijk onderdeel van de culturele opvoeding, maar ze waren ook bedoeld om mee te pronken.

Het woord ‘stinzenplant’ is voor het eerst gebruikt door de Friese heemkundige Jacob Botke in 1932. Hij werd geïnspireerd door de bevolking van Veenwouden in Friesland. Zij gaven de naam ‘stinzeblomkes’ aan het Haarlems klokkenspel dat rondom de Schierstins groeide. De stinzen hebben in de loop der tijd hun militaire functie verloren en vele zijn opgegaan in grote landhuizen die nu de naam ‘state’ dragen.

De stinzenplanten vlogen uit
De stinzenplanten zijn grofweg onder te verdelen in bol- en knolgewassen, en gewassen met wortelstokken. Dit maakte de planten uitermate geschikt om uit te wisselen. De eigenaar van de stins gaf regelmatig een paar bollen of knollen cadeau aan een bezoeker. Op dezelfde manier belandden de planten ook op andere buitenplaatsen in Nederland, zoals in het strandwallengebied. De kalkrijke bodem in het strandwallengebied bleek een ideale voedingsbodem.

Boerenkrokus door Nico van Kappel
Boerenkrokus door Nico van Kappel

In het begin van de vorige eeuw zijn veel buitenplaatsen met hun bossen op de strandwallen verdwenen om plaats te maken voor bebouwing. Alleen al in Voorschoten hebben 16 buitenplaatsen het niet overleefd. In Wassenaar werd er in de jaren ’20 plaatsgemaakt voor de gele tram, toen nog een vervoermiddel voor de elite en waarmee Wassenaar een forensendorp werd voor de mensen die in Den Haag werkten. Daardoor werd het ook lucratief om buitenplaatsen te verkavelen. Zo zijn de villaparken bij de Buurtweg, Witteburgerweg en De Kievit in Wassenaar ontstaan. Op plaatsen waar niet is gebouwd en waar het beheer op orde is, zijn de stinzenplanten nog volop te zien.

De meeste stinzenplanten gedijen het best bij zonlicht, maar zodra in mei de bladeren aan de bomen komen, is het voor een aantal planten voorbij met de pret. Globaal is de bloeiperiode van half februari tot medio juli.

Bladblazer bedreigt de stinzenplant
Verkeerd beheer vormt in deze tijd de grootste bedreiging voor de stinzenplant. Voorheen werden gazons handmatig opgeharkt. Het zaad werd hierdoor verspreid en de bollen uit elkaar getrokken. Dit kwam de planten ten goede. Sinds de komst van de bladblazer gaat het slechter met de populatie stinzenplanten. Ook het gras te vroeg in het jaar of te kort maaien, is nadelig voor de verspreiding van de planten.

Gelukkig zijn er veel eigenaren en bewoners van buitenplaatsen trots op de stinzenplanten. Erfgoedhoveniers en tuinbazen, verenigd in Het Gilde van Tuinbazen, zorgen voor het juiste beheer en delen hun kennis. Zo zijn op Landgoed Dordwijk bij Dordrecht vele duizenden bollen de grond ingegaan, omdat de eigenaar het belang ervan inziet. De bewoners van Huis Zuydwijk bij Wassenaar zijn trots op de bluebells (de boshyacinten), maar de reeën daar zien ze vooral als lekker hapje.    

Wilde hyacinth door Nico van Kappel
Wilde hyacinth door Nico van Kappel

Op excursie in het strandwallengebied
Wil je de verwilderde voorjaarsbloemen met eigen ogen bewonderen en meer weten over de strandwallen en de venige strandvlakten daartussen? Dat kan. Zodra het weer mag, kun je deelnemen aan één van de gevarieerde excursies georganiseerd door de samenwerkende organisaties IVN regio Leiden, Agrarische Natuurvereniging Santvoorde, Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor ‘s-Gravenhage en omstreken, Stichting Horst en Weide, Staatsbosbeheer en Stichting Duinbehoud. Je hoort dan niet alleen alles over de stinzenplanten, maar ook over andere planten en de dieren en over de bewoningsgeschiedenis van dit gebied.

Houd voor het laatste nieuws over de excursies de informatie op de website en in de nieuwsbrief van Stichting Duinbehoud goed in de gaten. Met dank aan Wim ter Keurs en Hein Krantz, twee bevlogen biologen en als duinconsulenten verbonden aan de Stichting Duinbehoud.

Strandwallen – uniek in Europa

Strandwallen – uniek in Europa

Landgoed De Horsten, Wassenaar, uitzichtpunt Seringenberg door Gerrit van Ommering.
Landgoed De Horsten, Wassenaar, uitzichtpunt Seringenberg door Gerrit van Ommering.

Wat zijn strandwallen?
Hein Krantz en Wim ter Keurs – beiden bioloog – leggen uit wat strandwallen zijn, hoe deze zijn ontstaan, en waarom deze wallen van belangrijke waarde zijn. Hein vanuit cultuurhistorisch oogpunt en Wim vanuit de natuurkant. Zij stellen zich onderaan dit artikel aan ons voor. De kustlijn van Nederland is in duizenden jaren sterk veranderd. Na de laatste ijstijd is door afsmelten van de reusachtige landijskappen de zeespiegel ruim honderd meter gestegen. Door golf- en getijdenwerking ontstonden door zee opgeworpen zandbanken, de strandwallen. Zo gauw die wallen boven het hoogste zeeniveau uitkwamen, werden er duinen op gevormd. Daarom noemen we strandwallen ‘oude duinen’.

De strandwal bij Voorhout.
De strandwal bij Voorhout.

Hoe herken je een strandwal?
Strandwallen zijn langgerekte, uit zand gevormde verhogingen in het landschap. Ze lopen parallel aan de kust van Monster tot Bergen aan Zee. Ze zijn max. 600 meter breed, een paar meter hoog en worden onderbroken door rivieren. Later met veen opgevulde inzinkingen tussen strandwallen noemen we strandvlakten. Tussen Den Haag en Leiden zijn strandvlakten in gebruik als grasland, afgewisseld met elzen- en essenhakhoutbossen. Ten noorden van de Oude Rijn zijn veel strandwallen in de laatste eeuwen afgegraven voor bollenteelt en om te gebruiken als bouwzand.

Weetje: een strandwal is door de zee opgeworpen. Een duin is door de wind ontstaan.

Wanneer zijn strandwallen ontstaan?
Zo’n 5000 jaar geleden, toen de zeespiegel 15 centimeter per eeuw steeg, bereikte de zee zijn meest oostelijke punt en ontstond het strandwalsysteem. De oudste bewaard gebleven strandwal, waarop Wateringen, Rijswijk, Voorburg, Leidschendam en Voorschoten liggen, is een voorbeeld hiervan. Vroege bewoners van Nederland zagen in dat deze hoger gelegen gebieden zeer geschikt waren voor bewoning. Aan de langgerekte, elliptische vorm van de dorpen (Voorschoten, Sassenheim, Lisse en Hillegom) zie je hoe dorpen zich binnen de breedtegrenzen van de strandwallen ontwikkeld hebben. Kastelen zoals Duivenvoorde, Ter Horst, Teylingen, Brederode en oude kerken zijn alleen op strandwallen te vinden. De strandwal van Leiden naar Haarlem is in de 16e eeuw al afgegraven, er was zand nodig voor de uitbreiding van Amsterdam, Leiden en Haarlem. De weteringen waarover dit zand werd afgevoerd heten vaak Zandvaart of Zandsloot.

Weetje: De Laan van Meerdervoort in Den Haag ligt op een strandwal. De rijkere buurten in Den Haag vinden we op de strandwallen; de armere merendeels in de strandvlakten. De Haagse beek, die eindigt in de Hofvijver, loopt in een strandvlakte.

Waarom is het strandwallenlandschap zo belangrijk?
De karakteristieke opbouw van het strandwallenlandschap tussen Den Haag en Leiden is ongeschonden herkenbaar en uniek in Europa. Voor zover niet bebouwd, worden strandwallen tussen Den Haag en Leiden gekenmerkt door broedvogelrijke bossen van buitenplaatsen. Hoewel allemaal aangeplant, hebben strandwalbossen zich deels ontwikkeld tot natuurlijke bosvegetaties. Drogere bosvegetaties op de hogere delen en nattere vegetaties op de flanken. In het voorjaar zijn er vele soorten stinzenplanten te vinden, als sierplant ingevoerde en daarna verwildert. In de vochtige venige strandvlakten zijn bossen en graslanden ontstaan. De bossen zijn broedvogelrijk, voor wat betreft aantal soorten en broedparen. De graslanden zijn belangrijk als weidevogelgebied en als overwinteringsgebied. Boezemwateren die in de strandvlakten lopen (zijtakken van de Rijn) zijn belangrijk als paaigebied voor verschillende vissoorten, zoals karper, brasem, ruis- en blankvoorn.

Nest buizerd jongen door Wim ter Keurs.
Nest buizerd jongen door Wim ter Keurs.

Wat zijn de bedreigingen voor de strandwallen?
Tussen Den Haag en Leiden is een deel van het strandwalbos tot villatuinen geworden. Het merendeel van dit bos heeft zijn natuurlijk karakter verloren en dreigt zelfs zijn boskarakter te verliezen. Veel melkveehouders in het strandwallenlandschap houden met hun bedrijfsvoering van oudsher rekening met natuur. Ook doen zij met agrarische natuurverenigingen aan natuurbeheer. Toch vormt intensivering van boerenbedrijfsvoering een ernstige bedreiging voor weidevogels en hazen in de strandvlakten. Omdat weidevogels en hazen als soorten van open landschappen “storingsgevoelig” zijn, moeten strandvlakten niet verder recreatief ontsloten worden.

Weetje: In open landschappen vliegen vogels al weg, als je nog 100 meter van hen bent verwijderd. In een bos vliegt een vogel pas op 10 meter weg. 

Hein Krantz
Hein Krantz

Hein is bijna 40 jaar bioloog en was directeur van Stichting Landschapsbeheer Zuid-Holland en van Stichting tot behoud van Particuliere Historische Buitenplaats. Hij heeft vanaf zijn studie onderzoek gedaan (en doet dat nog steeds) naar cultuurhistorie van het strandwallenlandschap m.n. tussen Den Haag en Leiden. Resultaten van dit onderzoek gebruikt hij voor cultuurhistorische onderbouwing van zijn inspanningen om het strandwallenlandschap als zodanig herkenbaar te houden. Sinds 2017 doet hij dit –samen met Wim- voor Stichting Duinbehoud. Wim en Hein begeleiden al 43 jaar een door Wim geïnitieerde vrijwilligersgroep, die een deel van het essen- en -elzenhakhout op de Horsten onderhoudt.

Wim ter Keurs
Wim ter Keurs

Wim is bijna 50 jaar bioloog en was 35 jaar hoofd milieubiologie aan universiteit Leiden. Hij deed onderzoek naar mogelijkheden van natuurbeheer op moderne melkveebedrijven. Een flink aantal onderzochte maatregelen wordt nu toegepast bij boerennatuurbeheer. Wim zet zich sinds de vijftiger jaren in voor behoud van het strandwallenlandschap tussen Den Haag en Leiden. In de negentiger jaren richtte hij, samen met Hein en agrariërs uit het strandwallenlandschap tussen Den Haag en Leiden, de agrarische natuurvereniging Santvoorde op. Hij zet zich sinds 2017 in namens Duinbehoud voor het strandwallenlandschap.

Samen sterk
Voorzitter van Duinbehoud, Piet Jonker: “Strandwallen zijn karakteristiek voor ons duinlandschap. Van oudsher zijn het plekken waar mensen graag wonen. Daardoor staat de landschappelijke waarde onder druk van verdere bebouwing en onnatuurlijk gebruik. Dit gaat ten koste van natuur (broedvogels, ecologische verbindingen) en de natuurgerichte wandelaars en fietsers. Het is geweldig dat ervaren en deskundige beschermers van het strandwallengebied als Hein en Wim zich bij Duinbehoud hebben aangesloten. Samen staan wij sterk!

Rust en Vreugd Afwisselend en rijk aan flora en fauna

Rust en Vreugd Afwisselend en rijk aan flora en fauna

Gewone vogelmelk is een van de vele stinsenplanten die in het voorjaar bloeien op Rust en Vreugd

Tekst: Frans H. Micklinghoff

Buitenplaats Rust en Vreugd in Wassenaar: hier vind je oude duinen met oud, hoog opgaand bos, een uniek heideveldje en een uitgestrekt weidegebied met koeien en schapen, uilen, valken, buizerds en in het voorjaar rijk bloeiende stinsenplanten. De afwisseling van het landschap is dé aanbeveling voor de natuurliefhebber om hier eens een wandeling te maken.

Als zomerhuisje

Tussen de N44 (ook wel Rijksstraatweg genoemd) en de Schouwweg en in het noorden de Rust en Vreugdlaan, ligt in Wassenaar het landgoed Rust en Vreugd. Zowel die Rijksstraatweg, in de 17e eeuw ook wel Zandzee genoemd, alsook de Schouwweg lopen over oude strandwallen. De buitenplaats Rust en Vreugd wordt in oude archiefstukken voor het eerst genoemd in 1772, wanneer enkele eigenaren van buitenplaatsen een verdrag sluiten over het gezamenlijk onderhoud van de Zijlwatering die door dit gebied stroomt en uitmondt in de Oude Rijn. Uit oude kadasterkaarten blijkt dat het toen ging om een oude boerderij. Aan het eind van de 18e eeuw bewoont baronesse Van Wassenaer het huis. Zij was, zeer tegen de zin van haar moeder, getrouwd met iemand van aanzienlijk mindere komaf, een zoon van een koetsier. In 1848 laat Eduard van der Oudermeulen, zijn voorouders waren puisant rijk geworden in de slavenhandel, een nieuw huis op Rust en Vreugd bouwen. De familie woont ’s winters in Den Haag aan het Lange Voorhout en bewoont hun ‘buitenhuis’ slechts in de zomer. Na het overlijden van de laatste Van der Oudermeulen wordt het landgoed verhuurd aan Ph. Van Ommeren, een telg uit een gefortuneerde Rotterdamse redersfamilie. In 1904 kopen Van Ommeren en echtgenote het landgoed en via diverse aankopen wordt hun grondgebied gestaag vergroot.

Goede doelen

De Van Ommerens laten veel anderen van hun bezit genieten. Zo wordt hun landhuis geleidelijk aan een soort vakantiehuis waar vermoeide huisvrouwen weer op krachten kunnen komen. Het echtpaar zelf verhuist naar een villa die in 1923 iets verderop wordt gebouwd door architect S. de Clercq. Deze architect ontwerpt ook het aan de Schouwweg gelegen Wavopark, alsook het iets daarnaast gelegen bejaardentehuis genaamd ‘Johannahuis’. Mevrouw van Ommeren overlijdt in 1935, haar man tien jaar later. Beiden zijn begraven op het landgoed. In het toegangshek tot deze begraafplaats staat toepasselijk als variatie op de naam van hun bezit: Rust in Vreugd.

Hun nalatenschap blijft bewaard in een aantal door de Van Ommerens bij leven opgerichte ‘goede-doelen-stichtingen’. Het oude landhuis doet na de Tweede Wereldoorlog enige tijd dienst als KLM-internaat en wordt daarna een rust- en verpleeghuis. In 1987 wordt het afgebroken. Op die plek wordt een modern appartementencomplex gebouwd dat ongeveer dezelfde contouren heeft als het oude huis. Daarachter verrijst de charmante villa Margaretha, prachtig gelegen aan een uitgestrekt gazon. Hier woonden neef P.J. van Ommeren en zijn echtgenote tot hun overlijden.

Oude structuur

De vrijwel kaarsrechte hoofdlaan, de Van Ommerenlaan, loopt langs de oude strandwal en scheidt Rust en Vreugd in twee delen die wezenlijk van elkaar verschillen: de oostelijk gelegen oude strandwal met beboste duintjes en de westelijk gelegen strandvlakte met weiden. Van de beukenbeplanting langs deze laan is het gedeelte tegenover het appartementencomplex in de jaren vijftig vernieuwd. De oudere bomen langs de Van Ommerenlaan dateren van rond 1800. Toen bestond het landschap hier al uit een structuur met watering, heerweg, boerderijen en duingebiedjes. Een aantal van deze elementen kan men nog herkennen, zoals akkertjes omsloten door eikenhakhoutwallen.

Heideveldje

Wanneer we vanaf de Houtlaan het landgoed binnenwandelen en het bos aan de rechter kant induiken kunnen we daar de aardappelbovist en doolhofzwam aantreffen. Hier staan enkele fraaie douglassparren. Iets verder doorlopend valt hier een heideveldje te bewonderen. Overal in een landschap met berken en dennen kan men op stikstof- en fosfaatarme gronden struikhei aantreffen. Duizenden jaren is op grote schaal bos gekapt om zo op de open gemaakte plek landbouw te bedrijven. Door de zo gepleegde roofbouw raakt de bodem op den duur de voedingsstoffen kwijt en ontstaat er een gunstige omgeving voor de groei en bloei van struikhei. Onderzoek heeft uitgewezen dat de struikhei niet kalk maar carbonaat mijdt. Waar het schelpgruis aan de oppervlakte is verdwenen, in de binnenste duinen en oude strandwallen op uitgeputte en verlaten duinakkertjes, krijgt de struikhei dan ook volop kans. Hier wordt de hei regelmatig gemaaid en ontdaan van de opgroei van berk, vogelkers en pijpestrootje. Verder lopend treffen we in de herfst nog meer paddenstoelen aan, zoals de valse hanenkam, zwavelkopjes, helmmycena’s, franjezwammen en de zwavelzwam. Ook valt hier een fraai tapijt van gewoon sterrenmos met eikvarens te bewonderen. Dit deel van Rust en Vreugd telt, waarschijnlijk door het lawaai van het immer voortrazende verkeer op de Rijksstraatweg, weinig zangvogels. Gelukkig trekken roodborstje en winterkoninkje zich weinig aan van het verkeerslawaai. Het naaldbos herbergt enkele broedende goudhaantjes, de kleinste vogel van Europa. Ook torenvalk, sperwer en buizerd maken hier hun nesten. En als het stil is kan men hier een eekhoorntje door de takken zien rennen.

Bosbodem vol met hartbladzonnebloemen

Stinsenplanten

Staande voor het appartementencomplex en uitkijkend over de vroegere oprijlaan vanaf de Rijksstraatweg, treffen we aan de linkerkant de begraafplaats van het echtpaar Van Ommeren. Langs de Van Ommerenlaan kunnen we in het vroege voorjaar genieten van grote velden met bosanemonen, look-zonder-look en polletjes speenkruid, berenklauw en fluitenkruid, alle inheemse planten en kenmerkend voor het stinsenmilieu. Zoals ook de in februari uitbundig bloeiende winterakonieten, sterhyacinten en bosanemonen. Dé stinsenplant bij uitstek, de geelbloeiende hartbladzonnebloem (Doronicum), bedekt hier in april en mei uitgestrekte oppervlakten.

Wanneer we aan de andere zijde van de Van Ommerenlaan door het oude strandvlaktegebied lopen, zien we dat hier overwegend es, els, linde, zachte berk en hazelnoot staan. Solitaire bomen in het weiland zijn karakteristiek voor Rust en Vreugd. Deze bomen dienen onder meer als schaduwplaats voor het hier grazende vee. Hier vinden we fuut, nijlgans en visdiefje en met een beetje geluk ziet u hier de ijsvogel.

De combinatie van oude bospartijen, vijvers en weiden maakt landgoed Rust en Vreugd tot een van de waardevolste gebieden voor vleermuizen in deze regio. Er zijn hier zes soorten aangetroffen, waaronder de zeldzame overwinterende baardvleermuis.

Kortom, wilt u deze herfst een mooie wandeling maken? Ga dan eens naar Rust en Vreugd. Het zal u verrassen!

Meer info en routebeschrijving: https://rijksmonumenten.nl/monument/530403/rust-en-vreugd-historische-tuin-en-parkaanleg/wassenaar/ of met Arrivabus 90 (Den Haag-Lisse) halte Houtlaan.

Frans H. Micklinghoff is journalist en publicist

Foto’s door Nico van Kappel

Dit artikel verscheen in ons kwartaalblad Duin. Wilt u meer weten over de Nederlandse kust? Word donateur en ontvang Duin voortaan elk kwartaal. Of vraag een gratis proefexemplaar aan.

0
    0
    Winkelmand
    Winkelmand is leegVerder winkelen