Grote zaagbek door Nico van Kappel

Elke maand hebben we het over een dier of plant die je op dat moment in de duinen kunt spotten. Dit keer een eend die alleen in de winter bij ons te zien is; de grote zaagbek. In de duinen zijn ze te spotten op grotere duinmeren, vooral op infiltratieplassen die in sommige duingebieden zijn aangelegd voor de drinkwaterproductie.

Duinmeren

In de Amsterdamse Waterleidingduinen zijn ze de hele winter te vinden, zolang de plassen tenminste niet zijn dichtgevroren. Je moet rustig zoeken: het zijn duikeenden die vaak een tijdje onder water verdwijnen. Zijn snavel is lang en dun en heeft veel kleine, scherpe tandjes, dus vandaar: zaagbek. Erg handig om visjes mee te vangen, en niet meer te laten ontsnappen.

Boterbuik

Grote zaagbekken zijn forse eenden, duidelijk groter dan wilde eenden. De mannetjes zijn goed te herkennen aan hun donkergroene, bijna zwarte kop; en natuurlijk aan hun lange, dunne, rode ‘zaagbek’-snavel met een haak aan de punt. Aan hun roomwitte borst en zijkanten, voor het oog een beetje geel, danken zij de bijnaam ‘boterbuik’. De vrouwtjes hebben ook een lange dunne snavel met haak, die iets fletser van kleur is. Hun kop is bruin, meestal met een opvallende, warrige kuif aan de achterzijde. Het lijf is overwegend grijs, met een lichte borst.

Echte wintergast

De grote zaagbek is een echte wintergast. Van december tot en met februari verblijven ze in flinke aantallen in ons land, niet alleen in de duinen maar ook op het IJsselmeer en in het rivierengebied. In het voorjaar en in de zomer zijn ze in hun broedgebieden, die zich uitstrekken van Noordoost-Europa tot grote delen van Siberië en Canada. Daar broeden ze langs rivieren en meren in grote holtes in oude bomen. Het aantal grote zaagbekken dat in Nederland overwintert neemt geleidelijk af. Door klimaatverandering vriest de Oostzee ’s winters minder snel dicht en kunnen de zaagbekken dichter bij hun broedgebieden overwinteren.